Geliefden in Christus, moge de genade en vrede van onze Heer Jezus met u allen zijn.
Wanneer wij getuigenis mogen geven van ons geloof, dan wordt soms wel eens gevraagd; waarom doet God nu geen wonderen meer zoals die beschreven staan in de bijbel?
En leert Jezus niet; “En alles wat u zult bidden in mijn naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt wordt. Als u iets zult bidden in mijn naam, Ik zal het doen.” Joh.14:13-14.
Hebben wij soms niet dat verlangen dat er iets bovennatuurlijk zou gebeuren zoals in de dagen der apostelen? Of dat God ons bidden telkens zo zal verhoren waarvoor wij gebeden hebben?
Zou door deze wonderbare tekens niet meer mensen overtuigd kunnen worden, daar God dan toch mede getuigt met ons? Zoals bvb op die Pinksterdag toen de Heilige Geest met kracht de apostelen vervulden zodat er die dag reeds drieduizend mensen toetraden. Hd.2:16-41.
Om de reden te begrijpen waarom God zich op een bovennatuurlijke wijze openbaart moet men God geloven op grond van wat Hij heeft geopenbaard in de Heilige Schrift.
Het doel van de beschreven wonderen in de Schrift is het bewijs van Gods medegetuigenis en de bekrachtiging van het woord dat de profeten en apostelen spraken. Zij zijn de door God verkozen getuigen van zijn Woord en spraken in de naam van God. “…Terwijl God bovendien mede getuigde zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van de Heilige Geest naar zijn wil.” Heb.2:1-4; 2Pt.1:15-21; Mr.16:20; lees Jh.5:36.
Lukas in Handelingen schreef over Paulus en Barnabas: “Zij bleven dan geruime tijd met vrijmoedigheid spreken over de Heer, die getuigenis gaf aan het woord van zijn genade, door tekenen en wonderen die door hun handen gebeurden” . Hd.14:3. “En buitengewone krachten deed God door de handen van Paulus, zodat zelfs zweetdoeken en gordeldoeken van zijn lichaam op de zieken werden gelegd en de ziekten van hen weken en de boze geesten uitgingen”. Hd.19:11.
Een ander voorbeeld leert Jezus in Lukas, dat duidelijk maakt dat God het horen van Mozes en de profeten belangrijker is dan het mirakel van iemand die uit het dodenrijk zou opstaan om de mensen te waarschuwen voor het komende oordeel van God. Zie Lk.16:25-31; Jh.5:45-47.
Het belang van het horen van het evangelie maakt Jezus waarschuwing duidelijk: “Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft een die hem oordeelt: het woord dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongste dage.” Jh.12:48.
God heeft zich geopenbaard in Zijn Zoon die het Woord genoemd wordt. Dat Woord heeft gesproken en werd opgetekend zodat het niet telkens opnieuw moet bevestigt worden door mirakels of wonderen. Jezus heeft het evangelie bekrachtigd door de uitstorting van de Heilige Geest en allerlei wonderen. Met Jezus is het geloof geopenbaard tot zaligheid. Zie Gal.3:22-23; Ef.3:3-7; Col.1:24-28. Daarom hoeft God zich vandaag niet meer op dezelfde wijze demonstreren zoals bij de apostelen.
Tot de dag van Jezus wederkomst zal men moeten leven in geloof en niet op grond van tekens of wonderen. Jezus zei toch: “Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven.” Jh.20:29. En Petrus vermaant ons: Lees 1Pt.1:3-8-12.
In geloof zien wij naar Jezus waarvan Simon profeteerde: “dat Jezus gesteld is tot een val en opstanding voor velen, en tot een teken dat weersproken wordt.” Lk.2:25-35. In de bijbel staan verschillende voorbeelden waar Jezus woorden en mirakels niet automatisch geloof veroorzaakten.
Jezus wonderen waren het teken van God dat Jezus de Messias was. Maar velen geloofden niet in dat teken. De joden vroegen aan Jezus nadat Hij de geldwisselaars uit de tempel verdreven had: “Welk teken toont U ons, dat U deze dingen doet.” Jezus antwoorde: “Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Jh.2:18-22.
Jezus zei: “Ik heb echter het getuigenis dat groter is dan dat van Johannes; want de werken die de Vader Mij heeft gegeven om ze te volbrengen, die werken zelf die Ik doe, getuigen van Mij dat de Vader Mij heeft gezonden. Jh.5:36.
Wanneer de farizeeën aan Jezus een teken uit de hemel vroegen, dan is Jezus antwoord: “Het aanzien van de hemel weet u te onderscheiden, maar niet het teken van de tijd. En er zal geen ander teken worden gegeven dan het teken van Jona.” Mat.16:1-4; Lk.12:54-56.
Jezus was het teken van de tijd. De magiërs uit het oosten zagen een ster als teken dat de koning der joden geboren was. Maar de wijze schriftgeleerden zagen dat niet. Mat.2:1-6, 10-12.
Telkens merken wij op dat bij de tegenstanders van Jezus dat zij Jezus niet geloofden wanneer zij een teken vragen. Zij begeerden een materieel wonder dat op hun verzoek zou geschieden en zo in feite God verzochten. Jezus sprak de volgende dag na de broodvermeerdering tot de joden: ”Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem die Hij heeft gezonden. De joden dan zeiden; Wat voor teken doet Gij dan opdat wij zien en geloven.” Joh.6:29-30.
Is het niet verwonderlijk dat zij een teken vragen, en zelfs het wonder van de broodvermenigvuldiging niet opmerkten? Het meeste volk volgde Jezus wegens het brood dat zij gekregen hadden, maar niet om hetgeen Hij verkondigde, nog om het feit dat Hij de Messias was.
Na de broodvermeerdering hebben nadien velen Jezus niet meer gevolgd. Van de tien melaatsen die door Jezus genezen werden, was er slechts één die terugkeerde om Jezus te danken. Lk.17:11-19. Toen Jezus Lazarus uit de dood had opgewekt, waren de farizeeën boos op Jezus want zij zochten naar een middel om Hem te doden. Joh.11:47-48; 12:9-11,37-43.
Toen Jezus in de synagoge van zijn vaderstad was, verlangden zijn stadsgenoten dat Jezus nu ook maar eens een mirakel voor hen moest doen. Maar dat ging voorbij aan de bedoeling der wonderen die Jezus deed. In feite hebben zij God verzocht.
De wonderen dienden als de bekrachtiging van zijn Goddelijke zending en niet als een soort showact of de uitvoering van een kunstje op verzoek. Vgl. Hd.8:13-20.
Het werk van God is in Christus vervuld en wordt verkondigd in de wereld door de kracht van de Heilige Geest. Daardoor wandelen wij in geloof, niet door aanschouwen. Zie 2Kor.5:7; “Wij zijn behouden geworden in de hoop. Een hoop die men ziet, is geen hoop; want wie hoopt er op wat hij ziet? Rm.8:24; Heb.11:1. Het geloof in het Woord van God moet ons overtuigen, niet door het zien van wonderen.
Jezus is zo vandaag nog steeds dat teken tot een val en opstanding van velen. Paulus waarschuwt met: ”Dat er velen zullen verleid worden door allerlei krachten en tekenen en wonderen van de leugen.” 2Thes.2:9; Opb.13:13; 16:14; 19:20.
Deze wonderen staan tegenover het wonder van het geloof in Jezus want dit is het getuigenis van de heilige Geest in de harten der gelovigen. Daarom moeten wij nuchter en waakzaam zijn en alleen op Jezus zien als de Leidsman van ons geloof. Zie 1Thes.5:4-11.
Het wonder van de natuur en het leven toont reeds ons Gods Almacht (zie artikel “De oorsprong van het leven”. Het wonder van Gods Woord onthult ons kennis en waarheid omtrent het eeuwige bij God. Naar welke wonderen moeten wij uitzien? Zal dat het wonder zijn van mirakelgenezingen, het drinken van water van of één andere magische bron, het branden van kaarsen of hopen op een wonder op grond van een belofte dat men een of ander geluk zal krijgen, zonder dat men zich bekeert tot het geloof in het evangelie en Jezus Christus?
Wat is belangrijker: het eeuwige heil bij God dat ontstaat bij geloof en gehoorzaamheid in Jezus of het drinken van heilig water in de hoop op verlichting van een of andere kwaal?
Geliefden in Christus, mogen wij God om een wonderteken vragen? Bvb. in het O T. staat dat koning Hizkia om een teken vroeg. Gideon vraagt het teken van het natte of droge vlies wol op de dorsvloer om te weten of God Israël de overwinning zal geven. Jes.38:1-8, (de zonnewijzer tien treden terug); Richt.6:36-40. En zegt Jezus zelf niet; “En alles wat u zult bidden in mijn naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt wordt”. Jh.14:13-14; 1Jh.3:18-22.
Is dit een uitnodiging om voor een wonder te bidden? Mijn inziens is dat het antwoord niet strikt een neen of een ja is, omdat men moet opletten op welke wijze men vraagt of bidt. Men kan om verkeerde redenen bidden. Jakobus geeft een voorbeeld daarvan: namelijk indien het gaat om onze harstochten te bevredigen. Jak.4:3. Dat is bidden om persoonlijke materiële redenen. Vooraleer wij bidden, weet God reeds wat wij nodig hebben. Mat.6:8. Men mag God ook niet verzoeken.
Nochtans is het zo dat velen ooit gebeden hebben om materiële dingen maar niet om persoonlijke redenen, maar baden dat indien het Gods wil zou zijn. Het was bvb bedoeld in verband met het werk voor het verspreiden van het evangelie. Het ging om Gods eer en heerlijkheid.
Vele broeders en zusters kunnen getuigen van vervulde gebeden. Niet alleen op lichamelijk of materieel vlak, maar het meeste op het persoonlijk geestelijke vlak. Hun bidden werd op een andere wijze vervuld anders dan ze het zelf verwachtten.
Ons bidden kan ook niet het voornemen van God doen veranderen, of zijn plannen doorkruisen. Ons bidden moet steeds naar Gods wil zijn, het is dus steeds ondergeschikt aan Hem.
Daar God geloof verlangt van iedereen is dan ook te verstaan dat indien wij bidden voor onze familie of vrienden, maar indien zij niet willen geloven, God hen ook niet kan helpen. Nochtans mogen wij blijven bidden voor hen in de hoop dat zij zich eens zullen bekeren.
De sleutel bij ons bidden is dat Jezus zegt dat Hij alles zal doen wat wij zullen bidden in zijn naam, wanneer dit zal zijn indien daarmee “de Vader in de Zoon verheerlijkt wordt”. Jh.14:13-14; 17:1-5. Zie 1Jh.5:13-15.
Wij verheerlijken Jezus Christus, veroorzaakt door het wonder van ons geloof.
In de genade van Zijn Geestesgaven wordt de beproefdheid van het geloof kostbaarder, en is zo ons bidden in het leven als een christen verhoord en als een schat weggelegd in de hemel. Zodat de uitwerking van ons bidden pas zichtbaar wordt op de dag van Christus. Zie 1Pt.1:7 ; Lk.12:34; Mt.6:21.
De vervulling van ons bidden is mijn inziens zo deels op een geestelijke wijze te verstaan. Iedere gelovige zal in zijn leven op de duur ervaren dat God zijn gebeden verhoort heeft, al is het niet op de wijze dat men gebeden heeft.
Omdat de Heilige Geest onze zwakheid bij het bidden te hulp komt; want wat wij naar behoren zullen bidden, dat weten wij niet, zoals Paulus het verwoordde in Rm.8:18-39.
Broeders zusters, laat zo ons blijven uitzien in geloof op Jezus Christus en niet zien op wondertekens waar zovelen naar uitzien. De kans is zeer groot dat het tekens zijn van Gods tegenstander die velen verleiden en zo doen verloren gaan.
Moge de genade en vrede van onze Heer Jezus met u allen zijn.





