Wat is de Waarheid?

Vandaag de dag kunnen we niet anders dan constateren dat de mensen doorgaans hun eigen waarheid volgen. De een zegt dit de andere zegt dat. Waar kunnen wij dan waarheid vinden? Kunnen wij waarheid kennen en ook weten dat wij de waarheid kennen?

Nadat Jezus tot Pilatus gezegd had dat zijn koninkrijk niet van deze wereld is, zei Pilatus: “Bent U dus toch een koning?”  Daarop antwoordde Jezus: “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid zou getuigen. Een ieder die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.”  Pilatus zei tot Hem: Wat is waarheid?” Joh.18:36-37.

Wij beleven vandaag dat de “grote waarheid” van weleer nauwelijks nog geloof vindt. Het begrip waarheid is zelfs in filosofische zin in vraag gesteld door er een beperkte en relatieve waarde aan te geven. De filosoof G. Berkeley, (1685-1753.) merkte reeds in zijn tijd op: “Waarheid is in de mond van allen, maar het doel van weinigen.”

Indien het begrip waarheid als relatief aanzien wordt dan staan ook de waarden van de zedelijke en morele normen ter discussie en zullen danook bovendien uitdoven omdat men niet meer gelooft in God die de christelijke waarden bepaalt. Dit heeft tot gevolg dat de ongelovige mens zich in de tempel van zijn ego zet en zichzelf vereert met zijn zelfgemaakt godsbeeld. Vgl. 2 Thes.2:3-4. Indien er geen absolute waarheid is van een persoonlijke, verheven en eeuwig levende God dan verliest ieder geloof in God zijn waarheid en wordt het begrip waar­heid relatief. Ons verstand kan dan maar alleen spreken voor zichzelf en heeft geen waarde die bindend kan zijn voor iemand anders. Dit heeft dan tot gevolg dat als er geen waarden en normen zijn boven de ideeën van mensen dat er dan geen enkele instantie is die recht kan spreken tussen mensen en groepen die met mekaar in strijd zijn over de ultieme morele beoordeling van het leven. Er is dan geen “scheidsrechter” meer die steeds boven de meningen en verlangens der mensen staat als het betrouwbare referentiepunt inzake waarheid, geloof, zeden en moraal.

Toen God zijn wil aan de mensen openbaarde werd dit waarheid niet alleen voor de mensen maar tevens ook voor God. Het is dus geen betrekkelijke waarheid zoals velen menen maar een absolute en onveranderlijke waarheid. Absoluut wil zeggen dat wat altijd en overal van toepassing is.

Daarom is in het leven der mensen maar één waarheid gegeven die boven de mensen staat, namelijk de geopenbaarde waarheid van een eeuwige en onveranderlijke God. Deut.5:32-33 ; 6:24. Zonder zijn openbaring kan men niets weten over God en wat zijn wil zou zijn. Jes.48:12-18.

Uitgaand van dit geopenbaarde geloof ben ik tot geloof gekomen dat God de bron is van alle waarheid zoals Hij gesproken heeft d.m.v. zijn Geest in Jezus, zijn apostelen en profeten. De neergeschreven woorden van God werden zorgvuldig bewaard in de Bijbel die daarom Gods Woord heet: de heilige getuigenis van Gods wil en voornemen dat leeft in Gods gemeente tot de dag van Christus. Het evangelie van Jezus is het woord der waarheid: Ef.1:13, dat dit de waarheid van God is. Joh.8:45-47 ; Joh 17:17. God kan niet liegen: Titus 1:2 ; Heb.6:18, en dat er geen waarheid uit de leugen kan zijn. 1 Joh.2:21-22. Zie: Joh.14:15-17; 2Kor.1:21-22. De gelovigen ontvangen de genadegave van de Geest der waarheid..” Joh.4:23; 14:17; 16:13 ; 2 Tess. 2:13 en 1 Sam.14:41 leert: “De God van Israël, brengt de waarheid aan het licht.” In 2 Sam. 7:28 staat: “Gij zijt God en uw woorden zijn waarheid.” en in Psalm 86:11. “Leer mij uw weg, opdat ik in uw waarheid wandel.”

Waarheid in de Bijbel betekend betrouwbaarheid van berichtgeving en overeenstemmend met de feiten en de werkelijkheid. Zie Heb.2:3-4; 1Tim.3:1; 4:9. Meermaals schreef Paulus dat hij de waarheid spreekt en dat hij niet liegt. Rom.9:1; 2 Kor.4:2 ; Kor.6:7 ; Ef.1:13 ; Kol.1: 5 ; 2 Kor.7:14 ; 11:10. En: “. Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is.” 2Kor. 11:10 ; Gal.2;14a ; 1Tim.2:7. In het NT. is overvloedig beschreven dat Jezus woorden waarheid zijn. Johannes schreef:  “Dat Jezus vol van genade en waarheid is”. De genade en waarheid zijn door Jezus gekomen. Joh.1:14,17.

Als Jezus spreekt dan spreekt Hij waarheid, “die Hij van God gehoord heeft.” Joh.8:40. En zegt: “Wie de waarheid doet, gaat tot het licht.” Joh.3:19-21; 8:12,32. Jezus zei; “Als u in mijn woord blijft, bent u waarlijk mijn discipelen en u zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” In zijn hogepriesterlijke gebed verklaart Jezus dat het Woord van God waarheid is en dat alle gelovigen die door het woord der apostelen Jezus gaan geloven, één zullen zijn met Hem. Zie; Joh.17:14-26.

Het kan niet anders dat het geloof in Jezus dan ook inhoudt dat er geleefd wordt naar de waarheid van zijn woord. Men kan dus niet in de waarheid zijn of waarheid spreken van God zonder het geloof in Jezus woord: Joh.8:43-44 en zonder het doen wat Hij gebiedt. Zach.8:16-17 ; Ef.4:25 ; Mat.7:21. Jezus zei: “Ik ben de weg de waarheid en het leven. Joh.14:6

Heel het thema waarheid verwijst naar Eén die waarheid is. Al mocht deze waarheid deels voor ons onverstaanbaar zijn dan nog blijft zij de bron van waarheid. Deze waarheid leren begrijpen en ons eigen maken, maakt dat ons verstand niet is uitgeschakeld zoals spotters beweren. Integen­deel! Hoe kan men anders weten dat men de waarheid volgt? Door Jezus’ Woord te bestuderen en zo onderwezen te worden door Jezus weten we dat we onszelf niet bedriegen.


Indien het toch niets uitmaakt, waarom is men dan nog verdeeld en smelten ze niet samen? 


In de wereldraad der kerken, maar ook daarbuiten, vindt men mensen die geloven dat het in feite niet uitmaakt tot welke kerk men behoort. Men hoort zelfs zeggen: “Kies de kerk welke u het beste bevalt,” Indien het niets uitmaakt, waarom is men dan nog verdeeld en smelten ze niet samen? Iedereen die zelfs maar een beetje gelovig is, kan begrijpen dat Gods waarheid niet kan afhangen van het persoonlijke gevoel, de eigen mening, het ledenaantal, noch een zienswijze die zich kroont met het aureool der wetenschap en traditie. De wetenschap kan niets zeggen over het leven van een bovennatuurlijke God, Jes.45:9-13. Kan niets zeggen over de Geest der waarheid, “die de wereld niet kan ontvangen want zij ziet Hem niet en kent Hem niet.Joh.14:15-17,21. God staat volledig boven wat wetenschap daarover zou  pretenderen. Zie 1 Kor.1:18-25-31; 2:1-5, 12-16.

God is immers soeverein over ons mensen. Hij is God, onze Schepper en Levensgever! Er kan maar één objectieve waarheid van God zijn waarnaar wij moeten verlangen en dat is wat de H. Schrift zegt zonder de traditie van mensen. Geloven is een subjectieve eigenschap. Daarom wil het christelijke geloof waarheid zijn, moet de schriftuitleg zich houden aan de objectieve gegeven inhoud en toezegging der H.Schrift. Mat.7:21-23. Indien men God liefheeft dan moet men ook zijn Woord willen liefhebben en bewaren.” Joh.14:23-24. Het rechtzinnige geloof in God leidt tot liefde voor de waarheid om dan te weten dat men God in waarheid volgt en er deel aan heeft. Vgl. 2 Thes.2:9-10 ; 2 Kor.4:3-4.

Echt geloven is daarom de eer van God zoeken. Joh.5:44-47 ; 7:18. Dit leert ons dat het lezen van de Bijbel niet steeds tot dezelfde gevoelens en begrip zal leiden. Hoe komt dat? Dit komt voornamelijk door ongeloof dat zegt, “dat de Bijbel niet het woord van God is, maar het woord van mensen die schreven over hun geloof en dat de Bijbel het product is van een mensengeest zoals alle andere boeken”, beweert de huidige theologie. Door dit te beweren ontstaat m i. voor de aanhangers ervan een belangrijk probleem, daar zij Gods getuigenis vanwege de H.Geest, zowel het woord van Jezus als de apostelen en de profeten ontkennen.

Velen achten dat het voor God onmogelijk is om door de kracht van zijn Geest aan de Bijbel een zodanig getuigenis en “spreken” te geven zodat haar woorden gelijk staan met het gezaghebbend spreken van de H.Geest, zoals de H.Geest zegt: “Heden indien gij zijn stem hoort verhardt uw harten niet,” Heb.3:7 ; Heb.10:15-17 ; Heb.9:8. Zodat telkens bij het ernstig lezen van de Schrift de H.Geest iedere lezer oproept haar woord te geloven als de wil van God.

De profetieën in het O T. werden in het N T. onmiskenbaar vervuld door Jezus en bekrachtigen het getuigenis van Gods Geest en de Woorden van Jezus. 2 Pet.1:20-21; Hand.1:16

Indien men betwist dat Gods H.Geest de bron was van het schrijven der apostelen en profeten dan betwist men dat God zich op deze wijze openbaarde.

Zie Jes.46:8-12 ; Jes.55:8-11; Jer.1:12 ; Jes.59:21. Het ongeloof veroordeeld zichzelf omdat men dan niet meer hoort naar Jezus maar naar de theoloog, de exegeet, valse profeet of leraar die spreekt. Men verliest daarmee zijn eigen geloof in God en Jezus Christus.

Jezus zei i.v.m. de H.Geest tot zijn discipelen: “Ik zal de Vader bidden (gr. = erotao, dwz. vertrouwelijk vragen.) om u een andere Parakletos, (Trooster of Voorspraak ) te geven, opdat die met u zal zijn tot in eeuwigheid, de Geest der waarheid die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij (de wereld) Hem niet aanschouwt en Hem niet kent; en dat de H.Geest de apostelen zou leren en in herinne­ring brengen al wat Jezus hen gezegd had zodat Jezus Woord blijvend de waar­heid is die ons vrijmaakt Joh.14:15-26. De Geest der waarheid staat zo in verband met gehoorzaam­heid aan de leer der apostelen Joh.15:26-27.

Johannes schreef dat men de Geest der waarheid kan onderscheiden van de geest der leugen door naar hen (de apostelen) te horen. 1Joh.4:1-6. In Joh.8:43-47 leert Jezus dat de onbekeer­de mens zijn geest misleid is door de geest van satan. 2 Kor.4:3-4.

De Bijbel wordt vandaag in de meeste kerken gelezen vanuit de eigen tradities en hun theologische, wetenschappelijke interpretaties maar niet op haar waarde als Woord van God en het geloof daarin. En dit is een andere reden waarom vele mensen de waarheid van God nauwelijks kennen wegens het bedrog van valse leraars die de Bijbel verwerpen of verdraaien. Voor deze valse leraars en hun dwaling waarschuwde Jezus en zijn apostelen. bvb; Gal.1:6-12. De Bijbel mag men dan ook niet gebruiken om eigen theorieën te bevestigen of de Bijbel te laten “spreken” zoals een buikspreker met zijn pop, of gebruikt worden als een soort orakel. Op zich genomen is de Bijbel uiterlijk een boek zoals andere boeken maar de inhoud ervan komt slechts tot leven bij het lezen in geloof nadat men christen is geworden en de Geest der waarheid zijn intrede doet in de gelovige.

Indien de waarheid alleen in eigen verstand gezocht wordt dan zal die waarheid menselijk zijn, niet goddelijk. Iedere geloofsgemeenschap die gebouwd is op eigen denken, leidt tot verdeeldheid en dwaling. De verdeeldheid die er is toont aan dat het lezen van de Bijbel bij velen niet steeds heeft geleid tot haar verstaan en de eenheid van Geest heeft bevorderd.

Op welke wijze kunnen wij weten dat hetgeen wij lezen in de Bijbel dan ook juist verstaan is?

Het vangt aan bij het horen van het evangelie en de wil haar te gehoorzamen. Rom.10:17. Daaruit volgt de bekering en de doop tot vergeving van zonden. Hand.2:38-47. God heeft daarbij de belofte van de gave van de H.Geest gegeven. Het verstaan van de waarheid zoals Jezus die bedoelde, komt van God en gaat samen met het beproefde groeien in geloof. De apostelen benadrukken en vermanen de gelovigen om toch maar vast te houden aan hun leer. Daarin niet verder te gaan dan wat er geschreven is, om deze leer zo vast te houden zoals zij die geleerd hadden. 1 Kor. 15:1-3. Lees 2 Pet.12-21; 2:1-3.

Hetgeen zij verkondigden, wordt door hen met klem verdedigd, als het van God gegeven Woord en fundament. Gal.1:11-12; Ef.2:19-22; 3:1-6-13; Jezus bekrachtigde dit met:  “Wie uit God is hoort de woorden van God.” Joh.8:47. 1Thes.1:5-10.
Het heeft mij dikwijls verbaasd dat gelovige mensen dit durven verwer­pen daar de H.Geest alleen bij gehoorzaamheid door God wordt geschonken, zo leert de apostel Petrus in Hand.5:32.

Ook vandaag wil de H.Geest net zoals op die Pinksterdag door het Woord van Christus ieder opbouwen tot het inzicht en kennis van Jezus, over de toestand van zichzelf en de heiliging tot God, zoals na Petrus toespraak de H.Geest velen diep in het hart trof en waardoor die mensen vroegen: “Wat moeten wij doen”? Het is de H.Geest die toen en ook vandaag “overtuigt van zonde en van gerechtig­heid en van een eeuwig oordeel.” Joh.16:8.

Maar geloof moet blijken bij de dag van Jezus weder­komst. Geloof is immers “het bewijs van de dingen die men niet ziet.” Heb.11:1.

Reeds in de dagen van Jezus was er afval en ongeloof. Nog later ervaarden de apostelen zelf dat er afval was gekomen. Afval omdat men niet trouw bleef aan het evangelie of misleid werd wat Jezus en zijn apostelen de valse leraars, valse profeten en valse apostelen noemden. Jezus waarschuwt: “Zie toe dat niemand u misleid; …en zij zullen velen verleiden.” Mat.7:15-23; 24:5, 11. Jezus en zijn apostelen leerden dat er verdeeldheid zou komen. Luk.12:51. Echter; “…Opdat zal blijken wie trouw gebleven is.” 1Kor.11:19: 1Joh.2:19-20.

Jezus geloven en Hem volgen, betekent dat men ook zal lijden. De weg van het geloof is smal en weinigen vinden die weg, ook: de poort is nauw. Mat.7:13-14. Het kost ons heel wat, het vermoeit wegens het lijden en de tegenslagen van het leven. Jezus vraagt te volharden en Hem blijvend te verwachten.

Johannes waarschuwt: “Dat ieder die verder gaat, en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet. Wie in de leer blijft, deze heeft de Vader en de Zoon.” 2Joh.9. Deze waarschuwingen zijn er om ons te behoeden voor de afval, zij roepen op om steeds in alle ernst de waarheid van het geloof te onderzoeken en daarbij te blijven. “Want het lijden omwille van het geloof in Jezus, weegt niet op tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden.” Rom.8:18. Immers: Wie in de leer blijft, die heeft de Vader en de Zoon.”

Het geloof in Gods Woord heeft ons doen afgescheiden van het geloof van andere kerken in het streven om in waarheid een reine en getrouwe gemeente van Christus te zijn.

Daar het oordeel bij God ligt, kunnen wij het geloof van iemand anders niet veroordelen.

Wel is het toegestaan hen liefdevol tegemoet te treden om dan door juiste redenen uit het evangelie hen trachten te overtuigen van haar waarheid en zo oproepen tot gehoorzaamheid aan de H.Schrift. Joh.12:48-50 ; 2 Kor.10:5

Jezus leerde het evangelie, de waarheid en voornemen van God, dat oproept om een kind van God te worden. “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.”Joh.1:12-13. En: “Een ieder die uit de waarheid is, hoort mijn stem.” Joh.18:37. Hieruit kan men afleiden hoe men in waarheid een kind van God kan worden. Gal.4:4-7.

Door het gelovig worden, werden wij dan ook verzegeld met de H.Geest der belofte, en werd onze gemeenschap, “met de Vader en de Zoon.” 1 Joh.1:3,7 ; 2 Kor.13:13 ; Ef.2:18. Daar Christus noch de H.Geest gedeeld kunnen zijn, zal de Geest der waarheid niet tegengesteld zijn aan de Geest der waarheid in een andere gelovige.

Daarom heet het: “Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen is, tot alle goed werk ten volle toegerust.” 2Tim.3:16-17.

Laat ons ons samen streven naar: “Leer mij, Here, uw weg, opdat ik in uw waarheid wande­le; verenig mijn hart om uw Naam te vrezen.” Ps.86:11. Laten wij zo dan tot God bidden, opdat deze genadegave van de Geest der waarheid steeds met ons mag zijn.

Studie over: De Geest der Waarheid.
T. Geens. Gemeente van Christus Hasselt.
17-1-2000; herzien: 18-2-2006.

Blijf op de hoogte als we nieuwe artikelen posten.

Wij spammen niet! Lees onze privacy beleid voor meer info.

Geef een reactie

Scroll naar boven
Wij gebruiken cookies om u de best mogelijke ervaring op onze website te bieden.
Door deze site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.
Accept
Reject