Liefde: méér dan de tien geboden!

De prediking van Jezus’ evangelie van bekering tot vergeving van zonden gaat uit over heel de wereld (Luk.24:47; Mat.28:19). Het niet kennen of inzien van het onderscheid tussen het Oude en het Nieuwe Verbond is een aanleiding tot misverstanden en verdeeldheid. Eén van de misverstanden gaat over het sabbatgebod.

Sommige menen dat men de tien geboden dient te houden daar dit de standaard zou zijn waaraan men de zonde kan herkennen. Allerhande argumenten worden daarvoor aangehaald. Bvb. Rom.3:20; “de wet doet zonde kennen. Rom.4:15 leert: “waar geen wet is, is geen overtreding”. In Rom.7:7-8: “Ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet… , want zonder de wet is de zonde dood.”
1Joh.3:4 leert: “…de zonde is wetteloosheid.”

Deze argumenten gaan echter voorbij aan de spirituele grondslag waarop de wet van het Oude Verbond steunt en de openbaring die Jezus en zijn apostelen daaraan gegeven heeft. Immers reeds vóór de wet van het Oude Verbond was er zonde in de wereld: Rom.5:13. De zonde die er was vóór de wet aan Mozes, is ook zonde genoemd omdat zij steunt op de alles omvattende koninklijke wet Gods: de naaste lief te hebben als uzelf. Jac.2:8; Mat.7:12; 22:40.

De tien geboden verheffen tot standaard om te beweren dat die de zonde doen kennen, is een ernstig tekort doen aan de spirituele wet Gods, die de kern en leer van Jezus evangelie is. Immers de Schrift leert: “Christus is het einde der wet voor ieder die gelooft.” Rom.10:4-5. [Redactie: lees Matt 5, 6, 7 en merk op dat wat Christus hier leert, vérder gaat dan wat de 10 geboden leren! Dit gaat over de liefde, uit wat uit het hart van de mens komt.]
De wet aan Mozes deed de overtredingen toenemen. Rom.5:20; 4:15; 7:8; “Terwille der overtre­dingen bijgevoegd, totdat het zaad zou komen waarop de belofte (aan Abraham) zou komen.” Gal.3:19. Het is het Nieuwe Testament dat openbaart op welke wijze men door God gerecht­vaardigd kan worden en wat voor God een heilig en welgevallig leven is.

Wanneer Johannes schreef dat: “zonde wetteloosheid is,” dan was dit reeds ook vóór Mozes komst. De liefde Gods eist opdat zij liefde zou zijn dat er recht geschiedt. De liefde van God is daarom ook de wet Gods. Alle zonde is een tekort doen aan de liefde tot God en de evennaaste. Zonde is ongehoorzaam zijn aan zijn liefdegebod. Daarom maakt de zonde een scheiding tussen God en de zondaar en de scheiding met het eeuwige leven. Jes.59:1-2. Tot Adam kwam het gebod: “Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij sterven.” Adam werd ongehoor­zaam, waardoor de zonde kwam in de wereld en zo de dood van alle mensen. God zegt in Gen.3:22: “Zie de mens is geworden als Onzer een, kennende goed en kwaad.” Op deze wijze is in het geweten van de mensen de kennis van goed en kwaad in elk opzicht aanwezig. Zie Paulus in Rom.2:14-16; 1:18-21; Ps.19:1-2. God houdt iedereen schuldig. Rom.3:9-20. De hele wereld is onder het oordeel, strafschuldig wegens de zonde. Rom.5:18.

De wet van het Oude Verbond had haar beperkingen en was niet volmaakt ondanks dat heilig en goed genoemd is. Rom.7:12, 16. De wet is zwak omdat zij door het vlees krachte­loos was. Rom.8:2-3; vgl. Hand.13:39; 15:10. Dit wil zeggen dat door de zonde in ons lichaam hetgeen de wet beoogde, namelijk rechtvaardig voor God te zijn, niet kan bereikt worden. De wet werd daardoor de wet van zonde en de dood. Rom.7:13; 8:2; Gal.3:10: Deut.27:26; Jer.11:3. Op deze wijze heeft de wet niets tot volmaaktheid gebracht. Vgl. Heb.7:18-19; 9:9-10, 11-12 enz.. Alle pogingen om door de wet gerechtvaardigd te willen worden zijn vruchte­loos. Rom.10:1-4, 5-13. Omdat Gods voornemen gericht was naar Gods kinderen die ontstaan wegens het geloof. Rom.4:13-25; Gal.2:16; 3:11-12; Fil.3:9; Lev.18:5. “Maar de Schrift voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen… heeft alles onder de zonde besloten, opdat de belofte op grond van geloof in Jezus Christus gegeven zou worden aan hen die geloven.” Dit evangelie werd reeds aan Abraham verkondigd. Joh.8:56; Gal.3:8, 22.

Zo was de wet van het Oude Verbond een schaduwbeeld totdat het Zaad (dit is Christus) zou komen waarop de belofte sloeg. Heb.10:1; Gal.3:16-20. De komst van Jezus is zo de tijd van het herstel; “Opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de volken zou komen, opdat de belofte van de Geest zou ontvangen worden door het geloof. “ v.14.

(Maak eens een studie Gal.3.)

Jezus heft het eerste Verbond op, om het tweede te laten gelden door zijn bloed. Heb.10:7-10; 9:11-26. Waardoor het Nieuwe Verbond van kracht werd en tot rechtvaardiging leidt. Zo ontstaat “buiten de wet om” de gerechtigheid van God door het geloof in Jezus. Rom.3:21-26, 27-31. Let op vers 31, en het onderscheid tussen werken der wet en de werken van het geloof.

Het geloof in Jezus houdt de bevestiging van de wet in, Dit wil zeggen, de fundamentele eis van de wet, de doodstraf voor de zonde, wordt voor ons door Christus sterven overgenomen. Het heet: “Hij heeft in de gelijkheid als mens, hetgeen wat de mens niet kan door de zonde in zijn vlees (lichaam), de zonde in het vlees veroordeeld, zodat de eis der wet in ons vervuld zou worden voor degenen die naar de Geest wandelen.” Rom.8:1-4.
Zo wordt door Jezus, Gods rechtvaardigheid, genade en liefde geopenbaard en is Hij het einde der wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft. Rom.10:4, 8-13.
Dit betekent niet dat de zonden onvoorwaardelijk vergeven worden. De voorwaarde is; “voor ieder die gelooft.” Voor wie niet gelooft zijn de zonden niet vergeven. De wet is be­stemd voor de ongelovigen, de slechte mensen en al wat ingaat tegen de leer der genade van Jezus. 1Tim.1:8-11.

Daarom is het nodig voor ieder mens die wil toetreden tot Jezus Nieuwe Verbond om te “sterven voor de wet” die hem veroordeelde. Want indien men in deze spirituele zin gestorven is voor die wet, dan is die wet niet meer van kracht voor die gestorvene. Dit sterven wordt ingeleid bij geloof en de doop tot vergeving van zonden. Rom.6:2, 6, 8, 10; 7:4; Gal.2:19. En nadien bevestigd door bekering en een christelijk leven.

Wanneer Petrus leerde: “Laat u dopen tot vergeving van zonden en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen, dan is dit laten dopen een sterven en opstaan uit de spirituele dood en om voortaan te wandelen in nieuwheid van leven. Rom.6:4b; 7:6. “Om te dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.”

Dit wijst naar de noodzakelijke band tussen de doop en het christen worden. Het betekent de overgang van de wet die ons veroordeelde naar de genade in Jezus Christus waarin nu de gelovige staat. Rom.5:1-2. De doop tot vergeving van zonden van Johannes de Doper aan Christus is zo naar Jezus voorbeeld en woord: “Want zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Mat.3:15; Rom.6:2-3. Sinds de doop zijn wij voor de wet dood, door het lichaam van Christus. Rom.7:4, 14; vgl. Col.2:14. De wet wordt voortaan geestelijk verstaan.

Ja maar, zal men zeggen “De tien geboden zijn toch duidelijke richtlijnen”. Jezus zei echter niet: “Als u echter het leven wilt binnengaan, bewaar de geboden.” Mat.19:17-19; Lev.18:5.

Welke geboden zijn van kracht in het Nieuwe Verbond? Daar de wet geestelijk te verstaan is, zal de wijze hoe Jezus leerde van doorslaggevende aard zijn. Immers : “De waarheid en de genade zijn door Hem gekomen.” Joh.1:17. Jezus met zijn apostelen openbaren de diepe betekenis van het evangelie dat ons moet leiden. Luk.24:46-47; Rom.10:17; 16:26.

Luister daarom naar Gods Woord, dit houdt leven en oordeel in. Mat.13:34-35; Joh.12:48; Hand.3:22-23. Dit Woord is geldend tot op de dag van Gods oordeel over de aarde.


Men vroeg aan Jezus: “Wat is het grootste gebod?” Het antwoord is dat de hele wet steunt op onze liefde voor God en dat we tevens de evennaaste liefhebben zoals onszelf.


Mat.22:37-40; Luk.10:25-28. Deze twee geboden komen niet voort uit de tien geboden, maar uit de wet! Zie Deut.6:5; Lev.19:18. De tien geboden zijn inbegrepen in de wet, zij mogen niet als een los onderdeel gezien worden.

Jezus antwoord aan de rijke jongeling in Mat.19: 17-21 is, dat de kennis en het houden van de geboden onvoldoende zijn sinds Jezus komst (vergelijk de parallelle teksten in Mar.10:21 en Luk.18:22). Er ontbrak iets heel belangrijk om volmaakt te zijn; “Alles verkopen en Jezus volgen.” Is dan Jezus volgen niet in Hem geloven en doen wat Hij zegt zoals: “Wat noemt gij mij Heer, Heer, en doet niet wat Ik u zeg.” Luk.6:46-49; Mat.7:21-22.

Jezus verbindt God liefhebben met het ware horen naar Hem. Joh.8:46-47. Hij gebiedt elkander lief te hebben. Heel de wet met al de geboden van het Oude Verbond, liggen vervat in dit gebod. “Welk ander gebod er ook is, het wordt in dit woord samengevat; u zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.” Rom.13:8-10; Gal.5:14.

Het moet toch voor iedere ernstige bijbellezer toch duidelijk zijn dat de wet van het Oude Verbond niet alle mogelijke zonden in de vorm van verboden beschrijft maar dat wel doet in de vorm van het kennen van een principe dat berust op de liefde van God en de naaste. Hd.13:38-39; 15:10; Rom.13:8-10. De tien geboden worden op deze wijze vervuld door het geloof in Jezus Christus. Heb.7:18-19 leert: “De wet heeft niets tot volmaaktheid gebracht, maar thans wordt een betere hoop gewekt waardoor wij nader tot God komen: …in zoverre is Jezus ook van een beter verbond borg geworden.” v.22.

In het achtste hoofdstuk van Hebreeën, kunnen wij lezen over de overtreffende en verheve­ne dienst van Jezus Christus: “Want indien het eerste (verbond) onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede (verbond).” v.6-7. Lees ook 10:1-18. In dat Nieuwe Verbond geldt het alle geboden inhoudende gebod; “dat u elkander liefhebt.” Joh.13:34-35; 15:10-12, 17. Alhoewel het als een nieuw gebod voorgedragen wordt, is het reeds een gebod van het begin der schepping en waarop ook de wet aan Mozes steunde. 1Joh.2:7; 3:11; 2Joh.5-6. Jezus gebod is, “mijn geboden.” Dat wat Jezus leerde en waarvan Mozes schreef dat die profeet gehoord moest worden. Hd.3:22-23; 7:37; Deut.18:15-19.

Door het toetreden tot Jezus verbond wil Hij in onze harten wonen. Ef.3:14-19; Joh.14:21-23. Wanneer Gods Geest zijn wetten in het verstand geeft en ze in de harten schrijft, zullen Jezus volgelingen God kennen van de kleine tot de grote onder hen. Heb.8:8-13. “Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten.” 2Kor.3:1-4.

De komst van de tien geboden op de stenen tafelen gebeurden in heerlijkheid waardoor men Mozes gelaat niet kon aanschouwen Ex.34:29-35. De betekenis van dit gebeuren had een diepere betekenis die Paulus openbaart. Hij noemt die stenen tafelen de bediening van de dood, die teniet gedaan moest worden. 2Kor.3:7, 11, 13. Vgl. Rom.7:4-6, 8-11, 13; 8:2. In 2Kor.3:9,  …de bediening van de veroordeling, die een bedekking was voor de ogen der Israëlieten, zodat zij niet konden zien op het einde van de tien geboden die hen toen in grote heerlijkheid ge­schonken werd. Paulus verbindt de tien geboden met het Oude Verbond dat in Christus teniet gedaan werd. Vers 13-16.

De tien geboden kwamen in grote heerlijkheid. Maar de bediening van de Geest overtreft de bediening der tien geboden. 2Kor.3:8-9. Zij is de bediening der gerechtigheid. lees 2Kor.3:12-18. Zie Rom.1:16-17; 3:21.

De liefde in ons hart zal tal van zonden bedekken. 1Pet.4:8. Door de Heilige Geest, is iedere christen bewust geworden wat zonde is. Bvb. “Wie weet goed te doen en het niet doet.” Jak.4:17; Luk.12:47. “En al wat niet uit geloof is, is zonde. Rom.14:23. Ook al wat tegen de liefde ingaat.

De uitnemende weg gaan van Jezus in ons hart door de Heilige Geest. 1Tim.1:5. Liefde overstijgt de gave der profetie en geheimen kennen. Overstijgt het geloof dat bergen verzet en zelfopoffering. Liefde kent geen haat, jaloersheid, praal, onwelvoeglijkheid. De liefde verblijdt zich niet over ongerechtigheid, enz. Zie 1Kor. 13. Door de liefde blijft men in Christus en zondigt men niet. 1Joh.3:6, 9-10.

Zo wordt waar de Geest van de Heer is de liefde een triomf over de zonde en de wet. Daar is vrijheid; “Want de wet van de Geest van het leven in Christus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.” Rom.8:2, 15.

“Om met een onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer te aanschouwen, worden dan naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer de Geest.” (uit 2Kor.3:16-18.)

Op deze wijze wordt de wet met de geboden vervuld en overtroffen, door het geloof en liefde van Jezus Christus in onze harten. Rom 13:8-10.

Moge de genade en vrede van onze Heer Jezus met u allen zijn.

Blijf op de hoogte als we nieuwe artikelen posten.

Wij spammen niet! Lees onze privacy beleid voor meer info.

Geef een reactie

Scroll naar boven
Wij gebruiken cookies om u de best mogelijke ervaring op onze website te bieden.
Door deze site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.
Accept
Reject