Een discussie over het geloof in God, waarbij uitgegaan wordt van de eigen mening is niet alleen eindeloos maar ook nutteloos.
In de wiskunde gelden wiskundige axioma’s en formules als waarheid. De uitkomst van de berekening is correct indien de berekening juist werd uitgevoerd. In de strijd om het leven van een doodzieke patiënt geldt alleen de waarheid van een juiste diagnose en juiste behandeling door de dokter. Maar wanneer mensen echter over God gaan discussiëren, dan doen zij meestal alsof er geen waarheid bestaat van God. Zij zeggen bijvoorbeeld dat God dood is of gaan zelf bepalen wat goddelijk is en daardoor zichzelf als god beschouwen. God moet volgens hen zich maar naar hun wetenschappelijke, theologische en filosofische inzichten en of cultuur richten zodat bijvoorbeeld humanistische mensenrechten en democratie zouden moeten gelden in de kerk. Het is een parafrase op Genesis 1:26 geworden; “En de mens schiep god naar zijn beeld en gelijkenis”. De ongelovige mens die niet in God gelooft, heeft hoogmoedig zichzelf aangenomen als god en aanbidt zichzelf in het eigen gemaakte godsbeeld. In Job 40:2-7. waarschuwt God: “Gord nu als een man uw lendenen, Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht. Wilt gij zelfs mijn recht teniet doen, Mij in het ongelijk stellen om zelf gelijk te hebben? Hebt gij soms een arm als God, en kunt gij donderen met een stem als Hij? Tooi u dan met heerlijkheid en hoogheid, bekleed u met majesteit en luister; stort uw ziedende toorn uit, en zie al wat trots is, en werp het terneer; zie al wat trots is en verneder het en verpletter de goddelozen op staande voet.”
Geen mens kan uit zichzelf iets weten van het transcendente leven bij God en wat zijn wil is indien Hij dit niet zou geopenbaard hebben. Daarom staat of valt heel de discussie over God met het wel of niet aanvaarden van zijn openbaring. Het begrip God, de persoon of het Goddelijk wezen dat men vereert en aanbidt, is verheven wegens zijn eeuwig oneindig leven en volmaakt zedelijk karakter dat in alles een menselijk gevormd godsbeeld overstijgt.
Alleen het joods- christelijke geloof heeft het waarmerk van de Goddelijke openbaring van het ware Godsbeeld van de Enige God en wilsbesluit door Jezus Christus, zoals staat geschreven: “Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon.” Heb.1:1. Johannes openbaart: “In de beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God; “Niemand heeft ooit God gezien, de Eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaart.” Joh.1:1,18.
In de discussie over de waarheid van Gods wil, geldt daarom alleen het Godswoord, dat is de H. Schrift of de Bijbel. “Gods woord is een lamp voor mijn voet,” schreef David in Psalm 119:105. Men kan Gods Woord daarom ook vergelijken met een licht of een kompas om de weg Gods naar het eeuwige leven te vinden en te volgen.
Gods Woord is blijvend en onveranderlijk en zegt; Ook liegt de Onveranderlijke niet en Hij kent geen berouw; want Hij, is geen mens, dat Hij berouw zou hebben.” 1Sam.15:29; Heb.6:18. Het kan dus niet dat de rechtvaardige oordelen van God over de zonde in het verleden, de openbaringen van Jezus en zijn apostelen, vandaag niet meer zouden gelden wegens tijdsgeest of cultuur. Want dan zegt men dat God toen onrechtvaardig zou geoordeeld hebben inzake homofilie en huwelijksvoorschriften. Zie; Opb.21:8; 22:15. (honden, zinnebeeldig ontuchtige mannen. Deut.23:17; Lev.18:22; 20:13; 1Kor.6:9-10; 1Tim.1:10.) Maar dan zegt men ook, dat Jezus woorden niet de woorden van zijn Vader in de hemel zijn. Joh.3:33-36; 5:24, 36-47.
God wist op voorhand dat de mensen vandaag, bijna tweeduizend jaar later, nauwelijks de Bijbel nog zouden geloven. Jezus waarschuwt: “dat valse religieuze leiders velen zullen misleiden. Zie Mat.24:4-6, 11; Luk.18:8; Mat.7:13-14; 2Kor.11:13-15; 2Tim.4:3.
De openbaringen der apostelen en profeten kwamen door toedoen van Gods Geest.
2Pet.1:21. Daarom is de bewering, dat men God gelooft pas waar als men Gods Woord gehoorzaamd. Het gehoorzame horen en volgen, getuigen dan dat men God in waarheid liefheeft; zoals Johannes getuigt; “Wie uit God is, hoort de woorden van God…” Joh.8:47; Lk.11:28. Het getuigt dat men op het ware fundament bouwt, namelijk Jezus Christus, het Woord van de éne Heer. Zie Luk.6:46-49; Mat.7:24-29.
Niet van brood alleen.
Jezus leert: “Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door de mond van God uitgaat.” Mat.4:4; Deut.8:3. De apostel Petrus verklaart: ”Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van het gras. Het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft tot in eeuwigheid. Dit nu is het woord dat u verkondigd is. Zie 1Pet.1:23-25.
Wat voor de mensen groot en in aanzien is, is bij God niet meer als gras of de schoonheid van een bloem, die tijdelijk en vergankelijk zijn. Daarentegen, Gods Woord de H.Schrift of de Bijbel blijft tot in eeuwigheid. Wie zou zo hoogmoedig durven te zijn te beweren dat de Bijbel niet meer van onze tijd zou zijn? Jezus verhaalt in de parabel van de zaaier, dat zijn Woord zoals zaad in de harten der mensen gezaaid wordt. Mat.13:18-23; Luk.8:11. Nog steeds wordt dat evangeliewoord als zaad uitgestrooid dat de mensen roept tot God, in de hoop dat het zaad zou ontkiemen in een hart dat naar God verlangt, en zo de vruchten daarvan zal voortbrengen.
Ieder hart dat naar God verlangt, zal streven om te leven bij ieder Woord dat uit de mond van God komt. Op de vraag: “Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God werken?” antwoorde Jezus: “Dit is het werk van God, dat u gelooft in Hem die Hij heeft gezonden.” Joh.6:28, 29; 1Joh.3:23. Jezus verklaart dat; “Hij het ware brood is dat uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft… Ik ben het brood van het leven opdat men daarvan eet en niet sterft.” Joh.6:32,33, 47-51. In Jezus voltrekt zich het wonder dat Hij het levende Woord is, waardoor bij geloof en gehoorzaamheid in Hem, dat is zijn brood eten en bloed drinken, het eeuwige leven zal ontvangen. v.53-59.
Leven bij het Woord van God, wil zeggen dat men naar God verlangt. Hem in alles trachten te behagen volgens het heilige Woord. Daarom heeft in de Gemeente Gods het lezen en leren uit de Schrift de eerste plaats. Maar ook in het persoonlijke leven van iedere christen, is het lezen in de Schrift iets vanzelfsprekend. God spreekt in zijn Woord tot het hart dat voor Hem openstaat. David getuigt in bijvoorbeeld. Psalm 119 met meer dan honderdvijftig verzen hoe belangrijk het leven bij het Gods Woord is. Lees bijvoorbeeld vers 1-40.
Leven bij het Woord is God liefhebben. Het grootste gebod is God liefhebben. Wanneer men hoort hoe hooggeleerde theologen verklaren dat de Bijbel moet herschreven worden omdat die niet meer van onze tijd zou zijn en omdat de Bijbel niet meer past in hun denken, is dat dan nog Gods woord liefhebben? Ik geloof dat er geen scheiding kan gemaakt worden tussen God geloven en de Bijbel geloven alsof dat twee zaken zijn die niets met mekaar van doen hebben.
Het gezag van de Bijbel staat boven de kerk, zij is van Godswege. Vgl. 2Kor.5:19; Kol.1:25; Heb.3:7. Ieder mens staat onder het gezag en onder het oordeel van de Bijbel. Men aanvaardt het of men laat het na. Jezus verklaart dat zijn woord eens zal oordelen. Joh.12:47-48-50. Jezus leert: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft en wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden geliefd.” Joh.14:15, 21, 23, 24; 1Joh.2:3-6; 5:2-3; 2Joh.6, 9.
Jezus geboden hebben, bewaren, horen of gehoorzamen, ze volgen, omschrijven het begrip “leven bij het Woord van God”. Het gevolg daarvan is dat men zal veranderen naar het beeld van Christus om wedergeboren worden door het blijvende en levende Woord. 1Pet.1:23, 25. Dat leidt naar de gezindheid van Jezus. Rom.8:9; Filip.2:5, en worden dan zijn discipelen. Joh.8:31-32.
Zoals de naald van een kompas zich richt naar het noorden, zo zal de ziel van iedere christen gelovige zich richten dmv het Woord tot God. Immers: Zijn Woord is betrouwbaar. 2Tim.2:4. Het Woord is getrouw en waarachtig. Opb.21:5-6. Het Woord is waarheid. Ef.1:13; Joh.1:14; 17:17. Het Woord Gods is het zwaard des Geestes. Ef.6:17; Heb.4:12.
De apostel roept op: “Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen.” Kol.3:16. En Opb.1:3 leert: “Zalig die voorleest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren.” Lees als slot Ps.119:129-144.
Origineel artikel: Leven bij het Woord. 8-11-02

