Wat zei Jezus over het eeuwig leven? Hij zei: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; En een ieder die leeft, en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dat?” Joh.11:25-26.
Eeuwig leven door een onsterfelijke God geschonken nadat wij gestorven zijn! De eeuwige God, die leven in zich heeft en die niet liegen kan, doet deze belofte. Maar wanneer wij aan de mensen vragen of zij dit geloven, dan is de kans vrij groot dat men zegt dat niet meer te geloven Zij geloven wel dat men eens zal sterven, maar de opstanding uit de doden is zelfs naar hun theologen; “… slechts een hoopvol vermoeden!” (DS. 21-4-97)
Vermoeden wil zeggen, gissen, denken, veronderstellen, van iets dat niet op een lijn staat met de uitspraken van God die zegt: “Ik ben de opstanding en het leven.” De H.Schrift noemt de wijsheid van de mensen dwaasheid voor God. 1Kor.1: 19-25. Dwz. de ongelovige mensen zijn verstrikt geraakt in hun eigen redeneringen of in een door mensen bedacht filosofisch stelsel. Nochtans de werkelijkheid van de dood ontloopt niemand. Alle organisch leven is eerst verwekt, en daarna geboren en zal daarna sterven in een eeuwige kringloop. Dit geldt voor planten , dieren, bacteriën en ook voor de mensen. De ene leeft wat langer dan de andere, van enkele uren tot sommige bomen tot wel tweeduizend jaar. Meestal ziet men de dood als het onvermijdelijke noodlot van geboren te worden om daarna te sterven! Elke biologische levensvorm, heeft van haar begin reeds haar einde in zich, daar zij zal sterven naar Gods voornemen. Zie Rom.8:18-25. Het stoffelijke leven is niet het leven waarop wij hopen. Want het stoffelijke leven gaat voorbij, wij verwachten dat ons lichaam veranderd zal worden in een onsterfelijk lichaam. De evolutieleer vertelt een verhaal zonder toekomst. Stel u voor, geboren worden met geen ander lot dan te sterven gevolgd door het oneindige niets, niets, niets!
Waarom zijn er zoveel zelfdodingen? Vermoedelijk als het gevolg van de leer dat er na de dood niets anders is dan de eeuwige dood. In dat geloof is men dan reeds dood. Een mens zonder God, verloochend God, en vlucht voor Hem door zich te verdoven met de drugs van het ongeloof. “Indien er geen doden opgewekt worden, laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.” Weer anderen trachten hun leven te rekken door zich te verdiepen in een of andere filosofische leer die zich boven God stelt. Maar de klok van het leven tikt verder zolang het fysieke leven reikt, en de tijd van Gods oordeel iedereen inhaalt. “De mens uit een vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust. Als een bloem ontluikt hij en verwelkt, als een schaduw vlied hij heen en houdt geen stand.” Job.14:1-2. Ook de apostel Petrus vergeleek het leven als een bloem in het gras die verdort en afvalt. 1Pet.1:25. Nu schijnt het nog dat de dood deel uitmaakt van het leven. Maar in feite gaapt er een kloof door haar tegenstelling met het leven. Het zijn in feite twee dingen die slechts tijdelijk met mekaar te maken hebben. Bvb. Een roofdier jaagt zijn prooi. De dood van het prooidier volgt daaruit. Omdat dit alles een bewust ontwerp van een groter geheel waar de mens ook deel vanuit maakt. De mens is als hoogste levensvorm hier op aarde geplaatst wegens een hoger doel dan de dieren. Hij zou door zijn verstand in feite moeten inzien, dat hij op een geestelijke wijze deel kan hebben aan een hoger en eeuwig leven bij een eeuwige God. God schiep één mens Adam. Waarom? Hij zocht een geestelijk nageslacht dat Hem lief heeft, omdat Hijzelf liefde is. God is daardoor jaloers op de geest van de mensen en wil een relatie hebben vanwege zijn liefde. God roept de hemel en de aarde tot getuige om voor dit leven te kiezen. Deut.30:19. Helaas, de goddeloze mens ziet zichzelf als een tijdelijk gast, die van het leven moet genieten. Hij geeft geen acht op het geestelijke potentieel. Hij ziet niet in dat het geestelijke de mens maakt tot wat hij is. De mens is het unieke wezen dat God schiep. “Wij zijn van Gods geslacht.” Han.17:29-31. Job vroeg zich af: “Als een mens sterft, zou hij herleven? Dan zou ik hoop hebben, al de dagen S Job.14:4





