De prediking van bekering tot vergeving van zonden.

Last update:: 01.06.2025

De apostel Petrus verklaarde aan de gemeente: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:  u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen. 1Pet.2:8-9. En de apostel Paulus: “Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,” Heb.1:1. Daarvan leert Paulus in Efeze 3:8-11: “Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, …opdat thans door middel van de Gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd.” Het evangelie van Jezus brengt dus Gods wijsheid. Christus onder u, de hoop der heerlijkheid. Col.1:27.

Sinds Pinksteren begon de prediking van Jezus evangelie van bekering tot vergeving van zonden. En gaat zij uit over heel de wereld. Zie Luk.24:47; Mat.28:19. De reden van de prediking ligt aan het feit dat Gods Gemeente, de grote daden van God bekend wil maken aan de wereld; nm. Gods veelkleurige wijsheid van zijn voornemen in Christus Jezus.

Het niet kennen of inzien van het onderscheid tussen het Oude en het Nieuwe Verbond, is een aanleiding tot veel misverstanden en verdeeldheid. Een der misverstanden bvb. gaat over het verstaan van het sabbatgebod. Men meent dat dit gebod nog geldt, daar zij in de “tien geboden” staan, en dat deze de standaard zou zijn waaraan men de zonde kan herkennen.

Allerhande schriftplaatsen worden daarvoor aangehaald. Bvb. Rom.3:20; “de wet doet zonde kennen. Rom.4:15 leert: “waar geen wet is, is geen overtreding. In Rom.7:7-8: “Ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet… , want zonder de wet is de zonde dood.” 1Joh.3:4 leert: “…de zonde is wetteloosheid.”

Al deze uitspraken en nog vele andere moeten echter beoordeeld worden in de geest van Jezus Nieuwe Verbond, en niet naar de letter van het Oude Verbond. Deze argumenten tonen onbegrip inzake de spirituele grondslag waarop de wet van het Oude Verbond steunde en volgens de openbaring die Jezus en zijn apostelen daaraan gegeven heeft. Paulus bvb. verklaart: “ Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.” Rom.7:14.

Immers reeds vóór de wet van het Oude Verbond was er zonde in de wereld. Rom.5:13. De zonde die er was vóór de wet aan Mozes, is zonde omdat zij steunt op de eeuwige alles omvattende koninklijke wet Gods die gebiedt, God en de naaste lief te hebben als uzelf. Jac.2:8; Mat.7:12; 22:40. De tien geboden uit het Oude Verbond verheffen tot de standaard om dan te beweren dat die alle zonden doen kennen en de wil van God, is een tekort aan inzicht van de een universele, maar spirituele wet Gods, die ook de kern en leer van Jezus evangelie is. Immers de Schrift leert: “Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.” Rom.10:4-5. En dat is wegens het gebiedend evangelie van Jezus. Zie bvb. Joh.3:18, 33-36. Paulus verklaart: “Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs, dat wij prediken. Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Romeinen 10:8-11.

De wet van Mozes daartegen deed in principe zelfs de overtredingen toenemen! Rom.5:20-21; 4:15; 7:7-11. ”Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad (d i. Jezus) zou komen, waarop de belofte (aan Abraham) sloeg,  “…en zij is op last van God door engelen in de hand van een middelaar gegeven. Een middelaar is niet de vertegenwoordiger van een; God echter is een. Is de wet dan in strijd met de beloften Gods? Volstrekt niet! Want indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit een wet de gerechtigheid voorgekomen zijn. Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte (aan Abraham) het deel zou worden van hen, die geloven. Doch voordat dit geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het geloof, dat geopenbaard zou worden. De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester. Zie Gal.3:19-25.

Het is dus het Nieuwe Verbond, Jezus evangelie dat openbaart op welke wijze men door God gerecht­vaardigd kan worden en wat voor God een heilig en welgevallig leven is, door het geloof in Jezus.

Wanneer Johannes schreef dat: “zonde wetteloosheid is,” dan was dit reeds ook vóór Mozes komst. De liefde Gods eist opdat zij liefde zou zijn, dat er ook recht geschiedt. De liefde van God veroorzaakt daarom de wet Gods die de zonde veroordeelt. Alle zonde is een tekort doen aan de liefde tot God en de evennaaste. Zonde is ongehoorzaam zijn aan het liefdegebod. Zonde maakt een scheiding tussen God en de zondaar en zo de scheiding met het eeuwige leven. De Heer zegt: “maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.” Jes.59:1-2. Tot Adam kwam het gebod: “Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij sterven.” Adam werd ongehoor­zaam, waardoor de zonde in de wereld kwam en zo de dood naar alle mensen ging. God zegt in Gen.3:22: “Zie de mens is geworden als Onzer een, kennende goed en kwaad.” Op deze wijze is in het geweten der mensen de kennis van goed en kwaad op enige wijze aanwezig. Zie Paulus in Rom.2:14-16; 1:18-21; Ps.19:1-2. God houdt iedereen schuldig. Rom.3:9-20. De hele wereld is onder het oordeel, strafschuldig wegens hun zonde. Adam bracht door één daad van ongehoorzaamheid de dood  en de zonde in de wereld. Maar als tegenpool, bracht Jezus Christus door één daad van gerechtigheid, genade en vergeving van vele zonden voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven.” Zie Romeinen 5:12-18; 1Joh.2:2.

De wet van het Oude Verbond had haar beperkingen en was niet volmaakt, ondanks dat zij  heilig en goed genoemd is. Rom.7:12, 16. De wet is zwak, omdat zij door het vlees krachte­loos was. Rom.8:2-3; vgl. Hd.13:39; 15:10. Dit wil zeggen, hetgeen de wet beoogde door haar richtlijnen rechtvaardig voor God te zijn, niet door het houden van wetten kan bereikt worden wegens de zonde. Gal.3:10-14. De wet van het Oude Verbond werd daardoor de wet van zonde en de dood. Rom.7:13; 8:2; Deut.27:26; Jer.11:3. Op deze wijze heeft de wet niets tot volmaaktheid gebracht. Vgl. Heb.7:18-19; 9:9-10, 11-12 enz.. Alle pogingen om zich door de wet te rechtvaardigen zijn vruchte­loos. Rom.10:1-4, 5-13. Omdat Gods voornemen gericht was naar Gods kinderen, die ontstaan wegens het geloof. Rom.4:13-25; Gal.2:16; 3:10-12; Filp.3:6-9; Lev.18:5. “Maar de Schrift voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen… heeft alles onder de zonde besloten, opdat de belofte op grond van geloof in Jezus Christus gegeven zou worden aan hen die geloven.” Dit evangelie werd werd reeds aan Abraham verkondigd. Joh.8:56; Gal.3:8-9, 22.

Zo was de wet van het Oude Verbond een schaduwbeeld, totdat het Zaad, dit is Christus, zou komen waarop de belofte sloeg. Heb.10:1; Gal.3:16-19. Waardoor de wet een tuchtmeester was tot de komst van Jezus. Gal.3:23-25. De komst van Jezus is zo de tijd van het herstel; “het is de zegen van Abraham in Christus Jezus die tot de volken zou komen, opdat de belofte van de Geest zou ontvangen worden door het geloof. “ Jezus heft het eerste Verbond op, om het tweede te laten gelden door zijn bloed. Heb.10:7-10; 9:11-26.

Waardoor het Nieuwe Verbond van kracht werd en tot rechtvaardiging leidt. Zo ontstaat “buiten de wet om” de gerechtigheid van God door het geloof in Jezus. Rom.3:21-26, 27-31. Let op vers 31, en het onderscheid tussen werken der wet en de werken van het geloof.

Het geloof in Jezus houdt de bevestiging van de wet in. Dit wil zeggen, de fundamentele eis van de wet, de doodstraf voor de zonde, wordt voor hen die geloven door Christus sterven overgenomen. Paulus schreef daarover: “Hij heeft in de gelijkheid als mens, hetgeen wat de mens niet kan door de zonde in zijn vlees (lichaam), de zonde in het vlees veroordeeld, zodat de eis der wet in ons vervuld zou worden voor degenen die naar de Geest wandelen.” Rom.8:1-4. Zo wordt door Jezus, Gods rechtvaardigheid, genade en liefde geopenbaard, en is Jezus het einde der wet (van het Oude Verbond) tot gerechtigheid voor ieder die gelooft. Rom.10:4, 8-13.

Dit betekent nog niet dat de zonden onvoorwaardelijk vergeven worden. De voorwaarde is; “voor ieder die gelooft.” Wie Jezus evangelie niet gelooft worden de zonden niet vergeven. De wet is zo be­stemd voor de ongelovigen, de slechte mensen en al wat ingaat tegen de leer der genade van Jezus. 1Tim.1:8-11.

Daarom moet ieder mens die wil toetreden tot Jezus’ Nieuwe Verbond, zijn geloof bevestigen door ook te willen sterven voor de wet die hem veroordeelde. Want indien men in deze spirituele zin gestorven is voor de wet, dan is die wet die u veroordeelt, niet meer van kracht. Dit sterven volgt uit de doop tot vergeving van zonden. Rom.6:2, 6, 8, 10. Wegens het gedoopt zijn in Christus, is men dood voor de wet door de dood van het lichaam van Christus. Rom.7:4; “Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. Gal.2:19-20.

Dit bewijst de noodzakelijkheid  van de doop voor het christen worden zoals ook Petrus verklaart als hij zegt: “Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus,” Het water bij de doop is niet wegens een lichamelijke onreinheid, maar het verlangen om rein voor God te zijn in een goed geweten.1Petrus 3:21. Het verklaart onze overgang van de wet die ons veroordeelde, naar de verkregen genade in Jezus Christus waarin nu de gelovige staat. Rom.5:1-2. Petrus leerde: “Laat u dopen tot vergeving van zonden en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen, dan is dit laten dopen eerst een begraven worden door de dood van Christus, en vervolgens hieruit opstaan, om voortaan te wandelen in nieuwheid van leven. Rom.6:4b; 7:6. Door de doop wordt men: “Vrijgemaakt van de wet, gestorven aan dat waarin men gevangen zat, om te dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.” Door de gave van de heilige Geest, wordt de wet Gods voortaan geestelijk verstaan.

De doop tot vergeving van zonden door Johannes de Doper aan Christus is zo naar Jezus voorbeeld de raad Gods als Hij zegt: “Want zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Mat.3:15. Maar die raad Gods mag men niet verwerpen. Luk.7:29-30 .

Ja maar, zal men zeggen. De tien geboden zijn toch duidelijke richtlijnen. Zei Jezus niet: “Als u echter het leven wilt binnengaan, bewaar de geboden.” Mat.19:17-19; Lev.18:5.

Welke geboden bedoelde Jezus, en zijn deze van kracht in het Nieuwe Verbond? Daar de wet geestelijk te verstaan is, zal de wijze hoe Jezus leerde van doorslaggevende aard zijn. Immers : “De waarheid en de genade zijn door Hem gekomen.” Joh.1:17. Jezus met zijn apostelen openbaren de diepe betekenis van het Nieuwe Verbond door het evangelie. Luk.24:46-47; Rom.10:17; 16:26.

Luister daarom naar Gods Woord, dit houdt leven en oordeel in. Mat.13:34-35; Joh.12:48; Hd.3:22-23. Dit Woord is geldend tot op de dag van Gods oordeel over de aarde.

Men vroeg aan Jezus: “Wat is het grootste gebod?” Het antwoord is, de liefde tot God en de evennaaste als uzelf, en dat hierop heel de wet steunde. Mat.22:37-40; Luk.10:25-28. Deze twee geboden komen niet voort uit de tien geboden, maar uit de wet! Zie Deut.6:5; Lev.19:18.

De tien geboden zijn een deel van de wet van het Oude Verbond, zij kunnen niet als een los onderdeel ten opzichte van de wet gezien worden. Jezus antwoord aan de rijke jongeling in Mat.19: 17-21 is, dat de kennis en het houden van de geboden van het Oude Verbond, onvoldoende zijn sinds Jezus komst. (Vergelijk de parallel teksten in Mar.10:21 en Luk.18:22) Er ontbrak iets heel belangrijk om volmaakt te zijn; “Alles verkopen en Jezus volgen.” Dat wil zeggen: Er mag niets in de weg staan dat het volgen van Jezus hindert.

Is dan Jezus volgen niet in Hem geloven en doen wat Hij zegt zoals Hij waarschuwt: “Wat noemt gij mij Heer, Heer, en doet niet wat Ik u zeg.” Luk.6:46-49; Mat.7:21-22.

Jezus verbindt God liefhebben met het ware horen naar Hem. Joh.8:46-47; 14:21-24. Hij gebiedt elkander lief te hebben. Heel de wet met al de geboden van het Oude Verbond, liggen vervat in dit gebod; “…Welk ander gebod er ook is, het wordt in dit woord samengevat; u zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.” Rom.13:8-10; Gal.5:14.

Het moet toch voor iedere ernstige bijbellezer toch duidelijk zijn, dat de wet van het Oude Verbond niet alle mogelijke zonden in de vorm van geboden beschrijft. Vandaag wordt van iedere rechtgeaarde Jood verwacht dat hij ruim zeshonderd geboden of verboden moet kennen en houden. Hoe verheven daarentegen is Jezus Nieuwe Verbond die Gods wet doet kennen door een principe dat berust op het geloof in Jezus, en het liefhebben van God en de naaste. Hd.13:38-39; 15:10; Rom.13:8-10. . Heb.7:18-19, v.22 leert: “De wet heeft niets tot volmaaktheid gebracht, maar thans wordt een betere hoop gewekt waardoor wij nader tot God komen: …in zoverre is Jezus ook van een beter verbond borg geworden.” Zelfs het sabbatsgebod  krijgt zijn betekenis als een rust die men binnengaat door het geloof in Jezus Christus. Jezus evangelie is dan het woord van God waarvan de heilige Geest getuigt: “Heden, als u zijn stem hoort, verhardt uw harten niet… Want er blijft een sabbatsrust over voor het volk van God. Want wie tot Jezus rust ingaat, komt ook tot rust van zijn werken., evenals God van de zijne.” Heb.4:1-13.

In het achtste hoofdstuk van Hebreeën, kunnen wij lezen over de overtreffende en verheve­ner dienst van Jezus Christus: “Want indien het eerste (verbond) onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede (verbond).” v.6-7. Lees ook 10:1-18. In dat Nieuwe Verbond geldt het alle geboden inhoudende gebod; “dat u elkander liefhebt.” Joh.13:34-35; 15:10-12, 17. Alhoewel het als een nieuw gebod voorgedragen wordt, is het reeds een gebod van het begin der schepping en waarop ook de wet aan Mozes steunde. 1Joh.2:7-11; 3:11; 2Joh.5-6. Jezus gebod is, “mijn geboden.” Dat wat Jezus leerde en waarvan Mozes profeteerde dat die komende profeet moet gehoord worden. Die deze profeet niet gehoorzamen brengen een  eeuwig oordeel over zich. Hd.3:22-23; 7:37; Deut.18:15-19.

Door het toetreden tot Jezus verbond, wil Hij in onze harten wonen. Ef.3:14-19; Joh.14:21-23. Wanneer Gods Geest zijn wetten in het verstand geeft en ze in de harten schrijft, zullen Jezus volgelingen God kennen van de kleine tot de grote onder hen. Heb.8:8-13. Hierdoor tonen zij;  “een brief van Christus te zijn, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen. Niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten.” 2 Corinthiërs 3:2-3 .

De komst van de tien geboden op de stenen tafelen, gebeurde in zo een grote heerlijkheid, waardoor het volk Israëls, Mozes stralend gelaat niet kon aanschouwen, en waardoor Mozes zich moest bedekken.Ex.34:29-35. Maar Paulus als dienaar van het Nieuwe Verbond, (v.6) noemt die stenen tafelen de bediening van de dood, 2Kor.3:7. In vers 9 zelfs ..de bediening die veroordeling brengt.

Mozes bediening van het Oude Verbond werd vanwege God verheerlijkt, en bekrachtigd door Mozes stralend uiterlijk. Maar de bedekking die hij nadien voor zijn gelaat moest doen betekende, dat de heerlijkheid van de komst der stenen tafelen eens verdwijnen moest. v.7,11,13. Vgl. Rom.7:4-6, 8-11, 13; 8:2. En 2Kor.3: 13 leert; “die een bedekking was voor de ogen der Israëlieten, zodat zij niet konden zien op het geen dat verdwijnen moest,” dat hen toen in grote heerlijkheid ge­schonken werd. Paulus verklaart dat de tien geboden met het Oude Verbond, in Christus teniet gedaan werden. Vers 13-16. En daarmee  het hele Oude Verbond.

De tien geboden kwamen in grote heerlijkheid. Maar de bediening van de Geest overtreft de bediening der tien geboden. 2Kor.3:8-9-12-18. Zij is de bediening der gerechtigheid. Zie Rom.1:16-17; 3:21-22.

De liefde in ons hart zal tal van zonden bedekken. 1Pet.4:8. Door de Heilige Geest, is iedere christen bewust geworden wat zonde is. Bvb “Wie weet goed te doen en het niet doet, voor die is het zonde.” Jak.4:17; Luk.12:47. “En al wat niet uit geloof is, is zonde. Rom.14:23. Ook al wat tegen de liefde ingaat.

Broeders, zusters, men moet de uitnemende weg gaan van Jezus door de Heilige Geest. Daar overstijgt de Liefde de gave der profetie, het kennen van geheimen. Overstijgt het geloof dat bergen verzet, zelfs zelfopoffering. Liefde kent geen haat, jaloersheid, praal, onwelvoeglijkheid. De liefde verblijdt zich niet over ongerechtigheid, enz. Zie 1Kor. 13. Door de liefde blijft men in Christus, en zondigt men niet. 1Joh.3:6, 9-10.

Zo wordt: “waar de Geest van de Heer is,” de liefde een triomf over de zonde en de wet. Daar is vrijheid; “Want de wet van de Geest van het leven in Christus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.” Rom.8:2,15.

“Om met een onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer te aanschouwen, worden dan naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer de Geest.” (uit 2Kor.3:16-18.)

Op deze wijze wordt de wet van het Oude Verbond vervuld en overtroffen, door het geloof en liefde van Jezus Christus in onze harten. Rom 13:8-10.

 

Moge de genade, vrede en het licht van onze Heer Jezus met u allen zijn.

 

Blijf op de hoogte als we nieuwe artikelen posten.

Wij spammen niet! Lees onze privacy beleid voor meer info.

Scroll naar boven
Wij gebruiken cookies om u de best mogelijke ervaring op onze website te bieden.
Door deze site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.
Accept
Reject