De Mythe van de Da Vinci Code

Last update:: 14.01.2026

De Da Vinci Code, een onbeschaamde aanval op het christelijk geloof, heeft de wereld veroverd. Van het boek dat voor het eerst gepubliceerd werd in 2003 werden 40 miljoen stuks verkocht. Van de film van de Sony filmmaatschappij met in de hoofdrol Tom Hanks, die uitkwam op 19 mei 2006, werd een megasucces.  Integraal verweven in de verhaallijn van deze roman zit er een wilde theorie dat Jezus louter een man was die met Maria Magdalena huwde en een kind bij haar had. Zij was niet enkel zijn vrouw maar de hoofdapostel en het recipiënt van de “waarheid” van de godin-religie als het “heilige vrouwelijke”. Een van de belangrijkste karakters in de Da Vinci Code zegt: “Jezus was de eerste feminist; Hij nam zich voor dat de toekomst van Zijn Kerk in handen zou komen van Maria Magdalena” (p. 248 – Eng. Versie). Na Jezus’ dood vluchtten Maria Magdalena en het kind naar Europa en trouwde, en haar bloedlijn bestaat nog steeds. Maria Magdalena en haar bloedlijn komen voor in de zeer oude “Holy Grail” 1 folklore (de kwestie van de Holy Grail of Heilige Graal, verscheen voor het eerst in een 12de eeuwse roman). Browns roman beweert dat de Rooms-katholieke kerk de doctrine van Jezus’ Godheid in de 4de eeuw uitvond en de waarheid “onderdrukte” over Maria Magdalena en dat doorheen de eeuwen verborgen hield. Deze “waarheid” werd generaties lang onderdrukt door een geheim genootschap dat bekend staat als de “Priorij van Sion” 2 waartoe beroemde personen zouden behoord hebben, zoals Isaac Newton en Leonardo Da Vinci.  Het Laatste Avondmaal, 1498, Tempera op (droge) pleister, 460 x 880 cm, Klooster Milaan, na recente reiniging. Deze mensen zouden dan de “waarheid” hebben doorgegeven door middel van geheime codes, waarvan de geheimste het beweerde symbolisme zou zijn in Da Vinci’s schilderij Het Laatste Avondmaal. Volgens Brown is de discipel die rechts van Jezus zit niet de apostel Johannes maar Maria Magdalena.
Alhoewel de Da Vinci Code een roman is, beweert ze gebaseerd te zijn op historische feiten. In een introductienoot schrijft Brown dat “alle beschrijvingen van documenten en geheime ritualen accuraat zijn”. In een televisienieuwsprogramma (ABC News special) Jesus, Mary, and Da Vinci (3 nov. 2003), zei Brown dat hij geloof hecht aan de thesis van het boek. In een interview op Good Morning America, diezelfde dag, zei hij dat indien hij een non-fictiestuk zou moeten schrijven over deze dingen, hij dan niets zou veranderen aan wat hij in de roman beweerde (Darrell Bock, Breaking the Da Vinci Code, p. 3). Bijbelgelovige christenen zullen niet misleid worden door De Da Vinci Code, maar dat boek heeft bij velen verwarring gesticht. De vrouw van een pastor vertelde mij recent dat een familielid na het lezen van het boek enthousiast verklaarde: “Nu weet ik zeker dat de Bijbel niet waar is”. Een onderzoek in Canada in 2005 stelde dat 32% van hen die het boek gelezen hadden, de verhaallijn ervan geloofden (“Canadian Readers Believe Da Vinci Code”, The Ottawa Citizen, 24 juni 2005). De Da Vinci Code is een unieke gelegenheid om tot mensen te getuigen van het Evangelie van Jezus Christus. Een internationale poll door Zogby 3, in de eerste week van maart 2006, stelde vast dat na het lezen van of gehoord te hebben over de Da Vinci Code, 44% van de ondervraagden zei dat zij toch liever de waarheid zochten in de Bijbel (“Most Americans Believe Bible over ‘Da Vinci’ Polls Shows,” Baptist Press, March 8, 2006).

Leonardo da Vinci: Het laatste avondmaal


Hierna enkele van de belangrijke vragen die de Da Vinci Code doet rijzen:

Was Jezus getrouwd met Maria Magdalena en hadden zij kinderen?

Het idee dat Jezus met Maria Magdalena was getrouwd en kinderen had is niet enkel in strijd met de Bijbel maar is ook strijdig met het verslag van de gnostische Gnostiek of gnosticisme: 4 evangeliën uit de 2de en 3de eeuw n.C. Er bestaat niet het minste bewijs voor zulke bewering. Laten wij eerst zien wat de Bijbel zegt over Maria Magdalena. Zij wordt in 9 passages genoemd, waarvan de meeste refereren naar Jezus’ dood en opstanding. Zij was genezen van demonische bezetenheid en maakte deel uit van de entourage van vrouwen die Jezus soms vergezelden (Lukas 8:1-3). Zij was aanwezig aan het kruis (Mat. 27:55-56; Markus 15:40-41; Joh. 19:25). Zij was aan het graf van Jezus (Mat. 27:61). Zij keerde terug van Jezus’ graf van Zijn opstanding en was de eerste die de Opgestane zag (Mat. 28:1; Markus. 16:1-10; Lk. 24:10; Jh. 20:1-18). Nergens lezen we in de Bijbel dat Maria Magdalena een andere relatie met Jezus had dan dat van een discipel. Zelfs modernistische theologen geven toe dat de vier Evangeliën geschreven werden tijdens het leven van de apostelen. Paulus was een voormalige vijand van het christelijke geloof en na zijn bekering schreef hij brieven aan de jonge kerken in de tijd van slechts enkele decennia na de gebeurtenissen die beschreven zijn in de Evangeliën, toen nog vele ooggetuigen van de opstanding in leven waren, en hij ondersteunde hun getuigenis met het zijne. Hij schreef bijvoorbeeld het volgende in de eerste brief aan de Korinthiërs: “Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in waarin gij ook staat; waardoor gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb u ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; en dat Hij is van Céfas gezien, daarna van de twaalven. Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van wie het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen. Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen. En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien” (1 Kor. 15:1-8). Paulus’ brief aan de Korinthiërs werd geschreven in het midden van de eerste eeuw, bijna 300 jaar vóór Constantijn en het Concilie van Nicea. De Geschiedenis leert ons dat de vier Evangeliën onmiddellijk als authentiek aanvaard werden door de kerken. Vanaf de tweede eeuw hebben we ook citaten van Irenaeus, Justinus Martyr en Tatianus, die bewijzen dat de vier Evangeliën bestonden en dat de meeste christenen ze aanvaardden als gezaghebbend. Irenaeus schreef tegen de valse leraars van die tijd, en in zijn boek Weerlegging van alle Ketterijen 5 noemt hij alle vier Evangeliën en waarschuwde ervoor dat ketters de leer van Jezus Christus trachtten te verdraaien. Dit is een onweerlegbaar historisch bewijs van de historiciteit van de vier Evangeliën. De Da Vinci Code beweert dat het niet vóór de 4de eeuw was dat Jezus werd aanzien als de Goddelijke, uit een maagd geboren, opgestane Christus, maar dat is pure nonsens. Dat getuigenis dateert van het prille begin van de kerken in de eerste helft van de eerste eeuw. De historiciteit en autoriteit van de vier Evangeliën wordt ook bewezen door het Oude Testament dat gecompleteerd werd 400 jaar voordat Jezus geboren werd. De oudtestamentische schrijvers leverden verbazingwekkende profetieën die lang op voorhand elk aspect van Jezus’ leven beschreven hebben. Zijn komen in de wereld; Zijn geboorteplaats werd genoemd in Micha 5:2; zijn maagdelijke geboorte werd beschreven in Jesaja 7:14; Zijn zondeloos leven in Jesaja 53:9; Zijn mirakels in Jesaja 35:5; Zijn wonderlijk spreken in Jes. 50:4; Zijn verwerping door de Joodse natie in Jes. 53:2; Zijn kruisiging in Psalm 22:16; Zijn begrafenis in het graf van een rijk man in Jes. 53:9; Zijn opstanding op de derde dag in Psalm 16. De historiciteit van het Nieuwe Testament is onbetwistbaar. Haar schrijvers hebben geleden en zij stierven voor hun ooggetuigenverslag dat Jezus de enige Heer en Redder was en dat Hij was opgestaan uit de doden, hetgeen wel onzinnig zou geweest zijn moest alles om een fabel gedraaid hebben. Niet enkel de Evangeliën en de Brieven weerleggen het idee dat Jezus getrouwd was, maar ook de gnostische evangeliën, waar Dan Brown naar verwijst in zijn roman. Deze zogezegde evangeliën werden geschreven in de tweede tot vierde eeuw en presenteren een ander evangelie en een andere Christus dan de nieuwtestamentische geschriften, maar zelfs deze gnostische evangeliën beschrijven Maria niet als de vrouw van Jezus. Het enige wat iets in die richting aangeeft is het Evangelie van Filippus, uit de derde eeuw, maar het is zelfs te zwak om zo te spreken. Het zegt: Jezus “hield van haar [= Maria] meer dan de discipelen en had de gewoonte haar te kussen op haar [de rest van de passage werd niet overgeleverd]”. Zelfs al zouden wij het gezag van dit gnostisch evangelie aanvaarden (wat wij zeker niet doen) zegt het niets over dat Jezus zou getrouwd geweest zijn met Maria Magdalena en bij haar kinderen had. Gezaghebbenden over de gnostische evangeliën geloven dat de passage refereert naar een geestelijke relatie en niet naar een fysieke. Een ander gnostisch evangelie, het Evangelie van Maria Magdalena, wat dateert  van de tweede eeuw, presenteert Maria Magdalena als het recipiënt van goddelijke openbaring maar zegt niet dat zij de vrouw was van Jezus. Er bestaat simpelweg geen spoor van bewijs uit de vroege eeuwen voor deze wilde theorie. Het is het verzinsel van iemands overactieve, demonisch geïnspireerde verbeelding.

Werd Jezus’ Goddelijkheid pas in de vierde eeuw verkondigd, in de dagen van Constantijn?

Volgens de Da Vinci Code, werd Jezus’ Goddelijkheid niet eerder verkondigd dan sinds het Concilie van Nicea, in 325 n.C., driehonderd jaar nadat Hij op aarde leefde, maar deze theorie is belachelijk en net zomin historisch als dat Jezus zou getrouwd geweest zijn.
Het Concilie van Nicea werd opgeroepen door keizer Constantijn om een doctrinaire controverse te regelen die er woedde. Een kerkleider met de naam Arius van Alexandrië, Egypte, leerde dat Jezus niet God was, en zijn leer had zich verspreid naar vele kerken. Egypte was een broeinest van theologische ketterijen en de ontstaanshaard van de meeste gnostische evangeliën. Het Concilie stemde tegen Arius’ doctrine. Het belangrijkste punt wat wij van het Concilie moeten onthouden is dat het niet de doctrine uitvond; het bevestigde enkel de doctrine die als orthodox werd gehouden door de meeste kerken sinds Pinksteren. Constantijn, terloops gezegd, was geen wedergeboren christen; hij aanbad de zon en was enkel in naam christen. Het feit is dat Jezus van in het begin door christenen werd aanbeden als God. De vier Evangeliën, die in de eerste eeuw geschreven werden, presenteren Hem als God. het Evangelie van Johannes, bijvoorbeeld, presenteert Hem als het eeuwige Woord. “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God” (Joh. 1:1). Ook de Paulinische Brieven, geschreven in het midden van de eerste eeuw, presenteren Jezus als God. Bijvoorbeeld in Filippenzen 2:6 schrijft Paulus over Jezus: “Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als een roof beschouwd heeft God gelijk te zijn”.

Wat te zeggen over andere zogenaamde evangeliën?

Volgens de Da Vinci Code, waren de Evangeliën slechts vier exemplaren uit de 80 die onder christenen circuleerden, en die in beschouwing werden genomen om ze op te nemen in het Nieuwe Testament, maar die anderen werden niet als goddelijk geïnspireerd beschouwd  en gecanoniseerd tot de vierde eeuw, in de dagen van Constantijn (Da Vinci Code, p. 231 – Eng. versie). Maar in feite, zoals we reeds zagen, werden de vier Evangeliën reeds als authentiek en apostolisch aanzien van bij het ontstaan van de kerken. We hebben tweede-eeuwse citaten van kerkleiders die de vier Evangelien verdedigden tegen ketterse geschriften. Irenaeus schreef: “Het is onmogelijk dat de Evangeliën groter of kleiner in aantal kunnen zijn dan het aantal dat zij hebben” (Adversus haereses, 3:11.8). Hij verdedigde de vier Evangeliën omdat ze geschreven werden door apostelen (Mattheüs en Johannes) en mensen die direct geassocieerd werden met de apostelen (Markus en Lukas). En van de andere “evangeliën” waren er niet veel, en ze werden nooit in beschouwing genomen voor de canon van het Nieuwe Testament.

De Nag Hammadi 6 Bibliotheek die 45 vroege gnostische geschriften bevat, ontdekt in 1945 in de Egyptische woestijn en gepubliceerd in het Engels in 1977, bevat slechts 5 werken die bekend staan als evangeliën: het evangelie van Waarheid, het evangelie van Thomas, het evangelie van Filippus, het evangelie van de Egyptenaren, en het evangelie van Maria Magdalena. Wij hebben ook weet van het evangelie van Nicodemus, het evangelie van Petrus, en het evangelie van Judas, die pas recent werden vertaald en gepubliceerd. De reden waarom deze zogenaamde evangeliën door de vroege christenen werden afgewezen was dat ze niet geassocieerd waren met de apostelen van de Heer en dat ze doctrines leerden die haaks stonden op de leer van de apostelen. Het evangelie van Thomas bevat een verslag van zogezegde mirakels van Jezus toen hij nog een kind was; het beeldt hem af als humeurig en ongehoorzaam, zo erg dat Maria en Jozefs buren hen smeekten om hem weg te doen. Volgens één gnostisch evangelie doodt het kind Jezus zelfs zijn speelkameraad en wekt hem dan op uit de doden om straf te vermijden. Het evangelie van Judas presenteert Judas als de belangrijkste discipel die speciale openbaring ontving en die Jezus verraadde omdat Jezus hem had gevraagd zo te doen. Volgens Irenaeus was het evangelie van Judas een product van Egyptische gnostische Kaïnieten. Zij beweerden dat Kaïn, Ezau, de Sodomieten, Korach, Judas en andere schurken uit de bijbelse geschiedenis, in feite verlichte helden waren die dapper de waarheid vasthielden in een donkere wereld. Volgens deze cult schiep de god Hystera de wereld en een andere godheid, genaamd “Sophia” assisteerde de hiervoor genoemden. (Refutation of All Heresies, book I, chapter 31,  http://www.ccel.org/fathers2/ANF-01/anf01-58.htm#P6155_1380364 ). De gnostici ontkenden de God van het Oude Testament en vervingen Hem in sommige gevallen door twee goden: de Pleroma 7, een eeuwige spirituele god die geen connectie heeft met de materiële wereld, en de Demiurg 8, een boze god die het fysische universum heeft geschapen. Volgens de gnostici was het objectief van de redding het begrijpen van het mysterie van het universum en het bevrijd worden van de gevangenis van het materiële. Dit vereist het komen tot de geheime gnosis of kennis, en slechts enkele bijzondere leden van het menselijke ras konden ooit verwachten deze kennis te bereiken. De gnostische evangeliën ontkenden de Jezus uit het Nieuwe Testament op verschillende manieren. Sommigen scheidden de eeuwige Christus van de mens Jezus. Toen de mens Jezus aan het kruis stierf, werd de Christusgeest van hem afgescheiden en die was “blij en lachte boven het kruis” (Apocalyps van Petrus, 81:4-24; Second Treatise of Great Seth, 56:6-19). Hij lachte zogezegd om de menselijke onwetendheid. Andere gnostici zeiden dat Jezus een fantoom of geestverschijning was. De Handelingen van Johannes bijvoorbeeld, beweert dat Jezus geen voetafdrukken naliet. Het was niet een soort van samenzwering dat de gnostische evangeliën ervan weerhield verworpen te worden door de grote meerderheid van christenen in de voorbije 2000 jaar. Het is gewoon een simpel feit dat als wij de vier Evangeliën verlaten en de wereld binnengaan van het gnosticisme, wij een wereld binnenkomen van wijsmakerij en demonische nonsens. De gnostische evangeliën werden merendeels gecreëerd in Egypte 9, waar geen apostelen een bediening hadden en waar geen enkel deel van het Nieuwe Testament geschreven werd.

Kon de Rooms-katholieke kerk 2000 jaar lang de waarheid onderdrukken?

Volgens de Da Vinci Code heeft de Rooms-katholieke kerk de doctrine uitgevonden dat Jezus God is en dat zij die leer de wereld opgelegd hebben doorheen de kerkhistorie. Is dit mogelijk? De Rooms-katholieke kerk was zeker en vast een machtig instituut, in het grootste deel van de kerkgeschiedenis, en ze trachtte het denken van het volk te controleren en legde haar dogma’s op aan alle mensen; maar er waren altijd grote aantallen kerken en individuelen die niet bogen voor haar gezag. We kunnen hier noemen: de Albigenzen, Waldenzen, Lolarden en Anabaptisten, bijvoorbeeld. Dit waren groepen van christenen die in Europa leefden doorheen de donkere middeleeuwen en die de Rooms kerk en haar doctrine tegenstonden. Tallozen van deze christenen werden door Rome ter dood gebracht; hele steden werden vernietigd in een poging hen te vernietigen. Het is belachelijk te geloven dat deze kerken, die Rome de Hoer van Openbaring 17 noemden en de Paus de Antichrist, een van Rome’s leugens zouden accepteren, zelfs als het waar zou zijn dat Rome de waarheid over Christus wilde verbergen. In tegenstelling tot de Priorij van Sion en de Tempeliers van de Da Vinci Code die hun zogenaamde geheimen levend hielden door geheime codes, publiceerden en distribueerden de afgescheiden christenen hun geschriften en nieuwtestamentische vertalingen voluit en stelden hun leringen op in de taal van de gewone man. In de 16de eeuw brak de Protestantse Reformatie uit in al zijn furie en Rome verloor nog meer van haar capaciteiten om het volk te controleren in haar denken. Tegen de 17de eeuw had Rome een groot deel verloren van haar voormalige rijk. Hele naties hebben haar juk afgeworpen, inbegrepen Duitsland en Engeland, en Amerika was op weg om een bastion te worden van vrij denken en volledige religieuze vrijheid. Rome was nooit in staat het hele denken van de wereld te beheersen, maar geen van de separatistische christenen (en niet-christenen) die Rome weerstonden tussen de 4de en de 17de eeuw, hielden er zienswijzen op na zoals die gepromoot worden in de Da Vinci Code.

Wat te zeggen van het schilderij van Da Vinci?

Leonardo da Vinci: Johannes de Doper

Volgens de Da Vinci Code, bevat Leonardo Da Vinci’s beroemde Het Laatste Avondmaal een geheime code die de suprematie van Maria Magdalena promoot. De roman geeft twee “aanwijzingen” voor deze zienswijze. Ten eerste: er is een V-vorm tussen Jezus en figuur aan zijn rechterkant, en dat is, zo wordt ons gezegd, niet louter zo omdat Jezus en de figuur achteruit leunen en dus een natuurlijke V vormden wanneer Da Vinci ze schildert, neen, het is een symbool van het vrouwelijke. Ten tweede heeft de figuur aan Jezus’ rechterkant een vrouwelijk uiterlijk en moet ze daarom Maria zijn, niet Johannes. Johannes de Doper,  Da Vinci, 1508, Musée du Louvre, Paris In feite is het zo dat geen fatsoenlijk historicus gelooft dat hier een geheim symbool te zien is of dat Maria Magdalena in dit schilderij wordt afgebeeld. Da Vinci en andere homoseksuele artiesten van die tijd, Michelangelo inbegrepen, schilderden dikwijls vrouwelijke mannen. Da Vinci’s schilderij van Johannes de Doper bijvoorbeeld, laat een erg vrouwelijke man zien, met een vreemde sensuele expressie. Men neemt algemeen aan dat Da Vinci een homoseksueel was. Hij leefde met een jongere mannelijke artiest en omringde zichzelf met mooie mannelijke modellen. Zijn biograaf, Michael White, schreef: “Hij was een homoseksueel vegetariër, geboren uit een huwelijk met erg weinig formele scholing en hij werd door geboorterecht uitgesloten van haast alle beroepen. … Het is mogelijk dat hij tot op deze tijd [de tijd van zijn arrestatie] geen echte schuld voelde over zijn homoseksualiteit, dat het voor hem eerder natuurlijk leek, of dat hij het accepteerde als deel uitmakend van zijn zelfbeeld; er waren immers genoeg exempels voor hem [in andere Florentijnse schilders]. (The First Scientist, 2000, pp. 7, 72). In feite heeft de Jezus in Da Vinci’s Laatste Avondmaal ook een vrouwelijke aanblik.

Wat te zeggen van de Orde van de Tempeliers?

Volgens de Da Vinci Code was de Orde van de Tempeliers 10 in de donkere middeleeuwen een organisatie die het geheim van Maria Magdalena trachtte te bewaren, maar er bestaat geen schijn van bewijs om dit te ondersteunen. Deze Tempeliers vormden een monastieke orde, gesticht in de 12de eeuw, om de Rooms-katholieke pelgrims te beschermen die op kruistocht gingen naar het Heilig Land. De Orde werd beschuldigd van ketterij en ontbonden in 1311, maar de beschuldigingen liet men in 1314. Er bestaat geen schijn van bewijs om deze Tempeliers te verbinden met de Heilige Graal. Hun rijkdom kwam van rijke mensen die zij hielpen. Zij vonden het “internationaal bankieren” uit, door een ingenieus systeem op te richten waarbij iemand geld kon storten op de ene plaats en ontvangen op een andere. Koning Philips heeft de Tempeliersorde vernietigd om de simpele reden dat hij hun rijkdom wilde.

Vele andere mythen in de Da Vinci Code

De Discovery Channel special “The Real Da Vinci Code” (De Echte Da Vinci Code), op 13 augustus 2005, legde de dwaling bloot van de zo beweerde feiten waarop de theorieën van de roman gebaseerd zijn. Tony Robinson, die de uitzending leidde, concludeerde: “De Da Vinci Code brengt een betovering die maakt dat mensen er niet in slagen onderscheid te maken tussen feit en fictie”. Hierna enkele van de feiten die in deze documentaire uitgebracht werden:

The Real Da Vinci Code
  • Het idee dat de Heilige Graal het geheim bevat dat Jezus getrouwd was en een bloedlijn naliet, verscheen voor het eerst in Holy Blood and the Holy Grail van Michael Baigent, Henry Lincoln, Richard Leigh (1982).
  • Holy Blood and the Holy Grail beweert dat de “Priorij van Sion” een organisatie was, gesticht in 1099 en dat de Tempeliersorde creëerde om het geheim van de Maria Magdalena doctrine te bewaren. Historici, echter, hebben bewezen dat dit een hoax (grap, onecht) is en dat de documenten waarop dit was gebaseerd, zoals een lijst met Grootmeesters waaronder ook Leonardo Da Vinci, vals zijn. De Priorij van Sion was eigenlijk een kleine politieke organisatie, opgezet in Frankrijk in 1956 door een man genaamd Plantard, die op zijn beurt de bewering van Holy Blood and Holy Grail aan de kaak stelde dat hij een afstammeling van Jezus zou zijn.
  • Het “Institute of Theological Research” van “King’s College” was geen instituut als zodanig maar een soort van theologische “denktank”, en een lid van het instituut zei: “Wij hebben geen databank van enig soort”.
  • Er bestaat geen bewijs uit de geschiedenis van de Katharen dat zij aan enig soort van Da Vinci Code doctrine vasthielden.
  • De Rosslyn Chapel (gebouwd door William Sinclair in 1440) in Schotland verschijnt in de Da Vinci Code als een plaats waar de Tempeliers hun geheimen verborgen. Maar er bestaat geen bewijs dat deze plaats ooit werd geassocieerd met de mythe van de Da Vinci Code. Historicus Robert Cooper getuigt: “Zover ik weet is er geen connectie tussen de Tempeliers en de Rosslyn Chapel”. Het borduurwerk daar, dat naar veronderstelling Salomo’s Tempel voorstelt, beeldt eigenlijk de tabernakel in de woestijn af, zoals elke bijbelstudent zal onderscheiden, en de datering is gebaseerd op een wapen dat afgebeeld is op hetzelfde borduurwerk en dat niet ouder kan zijn dan de 17de eeuw, en dus dateert het niet uit de tijd dat de kapel gebouwd werd en de tijd dat de zo beweerde geheimen daar verborgen werden.
  • De Da Vinci Code theorie dat Maria Magdalena naar Frankrijk ging met haar kind van Jezus, heeft geen enkele historische basis. Margaret Starbird die The Woman with the Alabaster Jar: Mary Magdalene and the Holy Grail schreef, wijst op een legende in Zuid-Frankrijk die elk jaar opnieuw wordt uitgebeeld door een boot die aankomt met moeder en kind. Starbird beweert dat de boot Maria Magdalena en haar dochter van Jezus, genaamd Sara, aan boord had, maar de lokale bevolking beweert dat Sara de Egyptische dienares was van de drie Maria’s: Maria Magdalena, Maria Salome en Maria Jacobi, en niet Maria’s kind.
  • Eén van de auteurs van Holy Blood and the Holy Grail werd gevraagd in de documentaire van Discovery Channel of hij en zijn coauteurs enig bewijs gevonden hadden dat Jezus een kind had. Hij antwoordde: “Geen enkel. Het was een pure hypothese van onze kant”.
  • De dingen die beschreven werden in de da Vinci Code met betrekking tot de St. Sulpitius Kerk in Parijs zijn ook zo erg inaccuraat dat de kerk een folder verspreidt met een lijst ervan. Bijvoorbeeld: de kandelaars die in de roman aangehaald worden wegen ongeveer 90 kg elk en konden niet gebruikt geweest zijn als wapen waarmee men een ander zou kunnen telijf gaan en doden. Hetzelfde is waar voor de dingen die in de da Vinci Code genoemd worden met betrekking tot Westminster Abbey in Londen. De Abdij, een van Londens toeristische topattracties, heeft de gidsen van informatiefolders voorzien om de factuele fouten te corrigeren die in de roman staan.

Wat als de Da Vinci Code toch waar is?

Indien de premisse van deze roman waar zou zijn, dan is de Bijbel een leugen en de vier Evangeliën zijn een mythe; dan was Jezus niet de uit een maagd geboren Zoon van God; en Hij rees niet op uit de doden en vaarde niet op naar de hemel. Indien de premisse van deze roman waar is, dan is er geen Evangelie en geen hoop. Het zou betekenen dat Jezus Christus niet stierf en niet Zijn bloed stortte aan het Kruis voor de zonde van de mens, en dat Hij niet opstond voor de rechtvaardiging van hen die geloven. De lezer heeft een duidelijke keus tussen het Evangelie van Jezus Christus, zoals gevonden in het Nieuwe Testament én de Da Vinci Code. Indien de Da Vinci Code waar is, dan is er geen evangelie en geen behoefte aan een evangelie, en het maakt helemaal niets uit wat iemand gelooft, want er bestaat geen verloren toestand en geen Redder. De Jezus van de Da Vinci Code was dan louter een man die een boodschap van vrede en eenheid en feminisme bracht en daarna stierf. Van de andere kant, indien het Evangelie van Jezus Christus waar is, dan zullen zij die zonder geloof in Christus zijn, een eeuwigheid in de hel doorbrengen. Dit was het getuigenis van de apostel Johannes die aan Jezus’ rechterzijde aanlag bij het Laatste Avondmaal: “En dit is het getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Die de Zoon heeft, die heeft het leven; die de Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet. Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in de Naam van de Zoon van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in de Naam van de Zoon van God” (1 Joh. 5:11-13). Ik dank God dat de da Vinci Code fictie is en dat ik kan getuigen met de apostel Paulus: “Daarom lijd ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet. Want ik weet in Wie ik geloofd heb en ik ben verzekerd dat Hij bij machte is mijn pand te bewaren tot die dag” (2 Tim. 1:12). “Doch indien ook ons Evangelie bedekt is, zo is het bedekt in hen, die verloren gaan; in wie de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is” (2 Kor. 4:34).

Artikel uit www.wayoflife.org, 14 mei 2006
Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling 1977 of  2004. Vertaling, en voetnoten door M.V.

=> Lees zeker ook ons artikel over Standvastigheid!

Blijf op de hoogte als we nieuwe artikelen posten.

Wij spammen niet! Lees onze privacy beleid voor meer info.

Footnotes:
  1. Holy Grail / Heilige Graal: de beker uit middeleeuwse verhalen, waarvan Christus zich bij het laatste avondmaal bediende en waarin Jozef van Arimathea het bloed uit Jezus’ zijde opving. (Van Dale).  “Graal [letterkunde], een grote, ondiepe schotel, in de middeleeuwse legende de kelk die bij het Laatste Avondmaal zou zijn gebruikt en waarin Jozef van Arimatea het bloed van de gekruisigde Christus zou hebben opgevangen. Engelen zouden de Graal hebben weggevoerd naar de burcht Montsalwatsch, waar hij lange tijd verborgen bleef, totdat ten slotte de uitverkoren Tafelronde-ridder Parsifal er na vele omzwervingen mocht binnentreden. De legende is, in diverse variaties, vele malen in de middeleeuwse literatuur bewerkt (zie ook graalromans)” (Encarta 2002). Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heilige_graal .[]
  2. Deze Priorij van Sion is nep. “De Priorij van Sion is een op 7 mei 1956 door de Fransman Pierre Plantard in het leven geroepen ‘geheim’ genootschap. Plantard bedacht een fictieve geschiedenis volgens welke deze Priorij al sinds de Middeleeuwen bestond. De organisatie zou onder leiding van roemruchte ‘grootmeesters’ als Leonardo da Vinci en Isaac Newton eeuwenlang in het geheim hebben geijverd om de dynastieke rechten van de Merovingen veilig te stellen. Plantard meende dat hij zelf een rechtstreekse afstammeling van deze Merovingen — ja zelfs van Jezus Christus — was en daarmee recht had op de titel Koning van Frankrijk”. http://nl.wikipedia.org/wiki/Priorij_van_Sion . Zie ook de Engelse Wikipedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Priory_of_sion. []
  3. John Zogby (born 1948) is a noted American political pollster. He is known for both his phone polling and interactive, Internet-based polling. http://en.wikipedia.org/wiki/Zogby.[]
  4. v. Gr. gnosis = inzicht, kennis, verzamelnaam voor een pluriforme godsdienstig-wijsgerige stroming, die vooral in de eerste eeuwen n.C. grote betekenis had, maar ook later momenten van herleving kende. De aanhangers streefden naar het heil door geheime, alleen voor ingewijden gereserveerde kennis (gnosis). Deze kennis heeft betrekking op het goddelijke en bovenaardse machten, maar is ook inzicht in het wezen van de mens. Het ontvangen van de gnosis is iemands geestelijke opstanding uit de doden. De geest moet zich van de gebondenheid aan het lichaam bevrijden (Encarta 2002).[]
  5. In het Latijn: Adversus haereses. Zie http://www.newadvent.org/fathers/0103.htm[]
  6. Nag Hammadi, plaats in Egypte, op de linker Nijloever, ca. 100 km stroomafwaarts van Luxor, met 10 000 inw. Verwerking van agrarische producten. Spoorbrug over de Nijl. In 1945 of 1946 werd er bij toeval een vondst gedaan, bestaande uit dertien boeken (codices) in de Koptische taal, daterend uit de 4de eeuw n.C. De bladzijden bestaan uit papyrus en de boeken zijn in leren banden gebonden. Het dialect varieert tussen Sahidisch en Subachmimisch. De codices bevinden zich in het Koptisch Museum te Caïro. Elk boek bestaat uit verscheidene geschriften, die voor een groot deel een titel dragen. Het totaal aantal geschriften bedraagt 51. Het oorspronkelijke aantal bladzijden was 1068 en waarschijnlijk meer; het aantal bewaard gebleven bladzijden (sommige zeer lacuneus) is 1014. Codex I, de zgn. Codex Jung, vertegenwoordigt vrijwel geheel de gnostische school van Valentinus, andere geschriften behoren tot het hermetisme, maar ook andere wijsgerige of populair-wijsgerige stromingen zijn vertegenwoordigd, zoals het platonisme en de Stoa . De inhoud van de codices is van belang, omdat deze inlichtingen verschaft omtrent geestelijke stromingen die door de oude kerk als ketters werden afgewezen en die tot nu toe slechts bekend waren uit de bestrijding van apologeten en kerkvaders. (Encarta 2002).[]
  7. Pleroma (v. Gr. plèrooma = volheid), in de gnostiek term ter aanduiding van de goddelijke volheid. In den beginne was de Vader, die de aeonen uit zich voortbracht. Deze aeonen vertegenwoordigen deels de eigenschappen van de Vader, als zijn ‘deugden’ of ‘krachten’, deels stellen zij de geestelijke mens (zie Anthropos) voor. Zij vormen het geheel van de geestelijke, ‘pneumatische’ wereld. Iedere pneumaticus heeft een vonk van de geestelijke wereld in zich en hij keert, na tijdelijk aan de stof gebonden geweest te zijn, weer tot zijn uitgangspunt, het pleroma, terug. (Encarta 2002).[]
  8. Demiurg, in de Timaeus van Plato de creatieve goddelijke geest die, naar het voorbeeld van de onzichtbare wereld van de Ideeën (zie Plato), de zichtbare wereld schept. In de leer van het gnosticisme is de Demiurg een zoon van een van de hoogste god afgevallen hemelwezen; hij is de schepper van de wereld, daar de hoogste god niet voor deze waarneembare wereld, die slecht is, verantwoordelijk kan worden gesteld. (Encarta 2002).[]
  9. Wegens de afval in Egypte werd de Textus Receptus niet samengesteld uit de corrupte Alexandrijnse (Egypte) teksten, waarop katholieke en moderne bijbelvertalingen zijn gebaseerd, maar volgt ze de betrouwbare Byzantijnse manuscripten. De Textus Receptus is de grondtekst van het NT van de Statenvertaling en King James Version.[]
  10. Tempelorde of (orde der) tempelieren, naam van de oudste ridderlijke orde, in 1119 te Jeruzalem gesticht door Hugo van Payns en Godfried van Sint-Omaars met zes gezellen, om de pelgrims in het Heilige Land te beschermen. De tempeliers hadden hun hoofdzetel in Jeruzalem op de plaats van het oude tempelplein. Aan hun hoofd stond een grootmeester met vorstelijke rang, die direct onder de paus stond. In 1291 week de orde uit naar Cyprus. Daarmee verviel het doel van de orde en de wereldlijke vorsten trachtten haar uitgebreide bezittingen te verwerven. In een groot proces werden de tempeliers beschuldigd van immoraliteit en ketterij. In 1312 werd de orde opgeheven door paus Clemens V onder druk van Filips de Schone van Frankrijk. (Encarta 2002).[]
Scroll naar boven
Wij gebruiken cookies om u de best mogelijke ervaring op onze website te bieden.
Door deze site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.
Accept
Reject