Op zekere dag sprak Jezus vanuit een schip de menigte op het strand toe waarbij Hij vertelde over de gelijkenis van de zaaier. Nadien kwamen de discipelen naar Jezus en vroegen Hem: “Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen?” Jezus antwoord hierop was in het begin toen ik de bijbel begon te bestuderen, iets onbegrijpelijk.
Hij zegt namelijk: “… hun is het niet gegeven; want wie heeft, hem zal worden gegeven en hij zal overvloed hebben; wie echter niet heeft, ook wat hij heeft zal van hem worden genomen.”
Wat moet men eerst hebben opdat men overvloedig zal ontvangen? Is Jezus evangelie dan niet bestemd voor alle mensen? Wat maakt dan dat het hart van het volk vet was en dat hun oren hardhorend geworden zijn en hun ogen gesloten zijn? Jes.6:9-10; Hand.28:26-27; Joh.12:40.
De discipelen daarentegen bezaten iets waardoor zij konden zien en horen, met hun hart konden verstaan, zich konden bekeren en genezing konden ontvangen Mat. 13:10-17.
Hoe ontstaan dan die verkiezende genadegaven van God die men eerst moet ontvangen om het evangelie te kunnen verstaan? Zijn dan niet alle mensen gelijk voor God? En gezien God een God van liefde is en zonder aanzien van persoon is, zou dit dan in tegenspraak zijn met zijn liefde?
Ezechiël 18 maakt echter duidelijk dat ieder mens zelf verantwoordelijk is voor zijn zonden. Daarom, indien de verkiezende genadegave willekeurig zou zijn, dan is degene die niet door God verkozen zou zijn toch ook niet meer verantwoordelijk, wat niet blijkt uit Ez.18.
God is niet onrechtvaardig. Aan zijn verkiezende genadegave gaat eerst iets vooraf. Wie aandachtig leest en de uitleg van de gelijkenis gelooft die Jezus daarvoor geeft, kan toch verstaan wat Jezus bedoelde. Jezus heeft het gewoon over het levende geloof in Hem dat men eerst moet hebben! God heeft ieder mens de vrijheid gegeven te kiezen of men God wil geloven en lief te hebben.
Geloof in Jezus leidt tot geloof in het Woord Gods. En het is de persoonlijke keuze van het vrije hart die vervolgens tot de verkiezende genadegave van God leidt die overvloedig geeft. God vraagt Hem te geloven door te geloven in zijn woord. Anders gezegd: wie Jezus’ woord niet vrijwillig gelooft die wordt doof en blind en hun hart verstaat Jezus’ evangelie niet. Zij bekeren zich ook niet. Van hen zal genomen worden wat zij hebben. Voortaan zal een leugengeest hun gedachten leiden zoals bij koning Achab. Lees 1Kon.22:1-38; 2Kron.18:1-34.
Josafat, de koning van Juda, wordt door Achab de koning van Israël uitgenodigd op een overvloedig feestmaal ten einde hem te overhalen om oorlog te voeren tegen Aram om de vrijstaat Ramoth te Gilead te heroveren. Aram was gebied in die tijd dat zich uitstrekte van het huidige Syrië tot Irak.
De voorzichtige en gelovige koning Josafat vraagt echter eerst om de profeten te raadplegen. Maar Achab had vierhonderd profeten die de afgod Baäl dienden. Het is heel begrijpelijk dat die de wensen van hun koning volgden en zeiden “trek maar op, God zal u de overwinning geven”.
Josafat die hiermee niet tevreden is, vraagt of er soms nog een andere profeet des Heren is. Achab antwoordt, ja Micha, maar die haat ik, hij spreekt over mij nooit iets goed, alleen onheil profeteert hij. (deze is niet Micha van het boek Micha) Koning Josafat dringt echter er op aan zodat men toch Micha laat roepen.
De bode die Micha gaat roepen probeert Micha te overtuigen dat hij zoals de andere profeten moet spreken. Micha antwoord is duidelijk; “hetgeen God mij zeggen zal, dat zal ik spreken.”
Wanneer Micha dan toch tot koning Achab zegt; trekt op, dan is Achab verrast en beveelt Micha te spreken in de naam des Heren om de waarheid te vernemen.
Het antwoord van Micha kan evenzeer dienen voor vandaag. Net zoals toen, later in Jezus dagen, en ook vandaag, worden de mensen vergeleken met schapen die dwalen omdat zij geen leiding hebben. “Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.” Mat.9:36; Ezch.34; Mar.6:34.
Uit het verhaal van Micha, vernemen wij dat een leugengeest Achab verleidde, juist zoals bij Adam en Eva. Maar de geschiedenis herhaalt zich ook vandaag nog steeds. Johannes schreef: “Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn, …Hieraan kent u de Geest van God: iedere geest die Jezus Christus als in het vlees gekomen belijdt, is uit God, … Wij zijn uit God; wie God kent, hoort ons; wie niet uit God is, hoort ons niet. Hieraan kennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.” 1Joh.4:1-6. Overal waar het spreken der apostelen ophoudt, spreekt de geest der dwaling.
Zouden daarom de mensen niet zoals koning Josafat eerst naar het woord des Heren vragen en horen? Maar wat is onze ervaring? De overgrote meerderheid der mensen vinden Gods woord te moeilijk of te ouderwets. Men hoort: Wie laat zich door zo iets antiek leiden het is zo onwerkelijk en God bestaat niet.
Men veronderstelt dat het onmogelijk is dat de bijbel hen iets kan leren dat waarheid en van Godswege is.
Vandaag houdt men liever vast aan allerlei geestelijke leiders die niet meer in Gods woord geloven. Hoe schrijnend is dat niet. Psalm 81 leert: “Hoort mijn volk, Ik wil u vermanen, o Israël, of gij maar naar Mij luisterde. Geen vreemde God zal onder u zijn, gij zult u niet buigen voor een ander God. Ik de Here ben uw God.”

Zoals Achab de profeet Micha haatte en hem deed opsluiten, vertolkt dit zich ook enigszins vandaag jegens het ongeloof in de bijbel. Men kan en wil niet meer het oordelende aspect van Gods woord horen. Men schermt zich daarvan af en zegt: God is toch liefde en ik doe geen kwaad. Ook zoekt men wereldwijd toenadering tot alle wereldgodsdiensten en zeggen; christenen moeten niet de pretentie hebben dat zij het ene zaligmakende geloof hebben.
Hiermee ontkennen ze de reden en de noodzaak van Jezus komst en openbaring en sterven en streven een geloof na waarin men meent zichzelf te kunnen verlossen zonder God! Zij loochenen hiermede God die mens werd om hen te verlossen, dit is de komst van Jezus in het vlees. En deze ontkenning is de leer van de antichrist. 1Joh.2:22-23; 4:2-3; 2Joh. 7, 8-9.
Wanneer de bode tot Micha zegt dat hij zoals de (valse) profeten gunstig moet spreken voor de koning dan is dat hetzelfde als het spreken wat de mensen graag willen horen. Het is een spreken van wat de wereld wil, men wil zelf koning zijn over zijn hart. Lees Ez.34:30-33.
Ons spreken echter moet zoals Micha zijn: “Hetgeen mijn God zeggen zal, dat zal ik spreken.” Het is hetzelfde van Godswege bewaarde evangeliewoord met zijn eeuwig en bindend karakter voor alle mensen. Want Jezus verklaart: “Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft dat wat hem oordeelt; Het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen op de laatste dag.” Joh.12:48; 1Pet.4:17.
Paulus sprekend over de genadegaven aan de gemeente geeft hiermede te kennen dat zij bedoeld zijn tot opbouw van de gemeente: “Opdat wij allen komen tot de eenheid van geloof en van de kennis van de Zoon van God, … opdat wij niet meer onmondigen zijn, heen en weer bewogen en rondgedreven worden door allerlei wind van leer, … maar terwijl wij de waarheid vasthouden in liefde, in alles opgroeien tot Hem die het hoofd is, Christus…” Ef.4:11-16.
De bijbel leert dat indien men moedwillig het woord van God ontkent dat het hart verhard wordt door leugengeesten. De apostel Paulus geeft de raad “om niet te doen zoals de heidenen, die in de ijdelheid van hun denken, vervreemd zijn van het leven Gods, wegens de onwetendheid die in hen heerst om de verharding van hun hart.” Ef.4:17-18.
In Romeinen 1:21, 28; “Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, … En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt…” Het gevolg is: “God geeft hen over aan een verwerpelijk denken en het is duister geworden in hun onverstandig hart.”
Zoals de leugengeest koning Achab verleidde, zullen allen die de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden een dwaling ontvangen die bewerkt dat zij de leugen geloven opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd. 2Tes:2:10-12.
“Wanneer een profeet zich laat verdwazen tot een uitspraak, dan verdwaast God hem en ook de raadpleger. Ez.14:9-11; Job 12:16; Jes.19:14; Jer.4: 9-10.
De Heilige Geest waarschuwt: “Heden als u zijn stem hoort verhardt uw harten niet.” Heb.3:7,12-13,15.
Broeders, zusters in Christus, waakt en bidt en blijf het geloof in de bijbel bewaren. Jezus is het hoofd van zijn gemeente, maar ook de voleinder van het geloof. Hij zal ons opwekken en opnemen in zijn eeuwig koninkrijk bij zijn komst. Heb.12:2.
Moge zijn genade en vrede uw hart geheel vervullen opdat zijn kennis en liefde zichtbaar wordt voor alle mensen.
Lees ook: Een labyrint van wegen naar God





