De genade Gods

Zusters broeders in Christus, moge de genade en vrede van onze God en Vader met u allen zijn. Over de betekenis van deze genade wil ik uitweiden die als een zegen uitgesproken wordt in onze samenkomsten.

De apostel Petrus schreef dat alle genade van God komt, want: “Hij is de God van alle genade.”1Pet.5:10. Het woord genade in christelijke zin, betekent de onver­diende vergeving van onze zonden en de daaruit ontvangen rechtvaardiging door God. Daaruit volgen nog andere genadegaven van God wegens de gave van de Heilige Geest, die de geestelijke goederen of dingen waarmaken voor de kinderen Gods in de Gemeente. Men ontvangt  ze kosteloos, immers deze zijn niet te kopen, het is God die ze gratis schenkt: Rom.3:23-26. (Thema Rom.5:15-21.) Gods genadegaven worden verleend op grond van geloof, en niet omdat men ze verdient heeft. Iedere mens staat immers wegens zijn zonde onder de doodstraf, want: “het loon der zonde is de dood.” Rom.6:23; De Schrift leert dat: “…allen gezondigd hebben.” 5:12. Alle mensen moeten daarom tot God gaan en zich bekeren om -indien zij dat willen- door God begenadigd te worden.

Velen hebben moeite met het verstaan van Gods soevereine genade-verle­ning. Zij veronderstellen dat het beginsel van Gods genade niet overeenstemt met de werken van het geloof. Want, zo menen zij, dan zou het geen genade meer zijn. De begrippen genade en behoudenis worden bij hen te kort gedaan alsof Gods genade een willekeurige en onvoorwaardelijke gave zou zijn. De Schrift echter leert dat de genade van God geen soevereine willekeur is die zegt Deze mens wordt behouden, maar die niet! De Schrift leert; “Bij God is geen aanzien van persoon.” Ook is Hij rechtvaardig en zal niet willekeurig oordelen. Rom.2:11; 3:26.

Maar het is ook niet door “geloof alleen” dat men behouden wordt, zoals velen veronderstellen. God stelt voorwaarden, want de Schrift leert dat zij de inhoud van het geloof bepaalt en wanneer iemand geloofd, als zij spreekt! “Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.” Heb. 3:7; 4:7 .

Paulus schreef van Abraham: “En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. (vgl. Kol.2:11-12) Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun de gerechtigheid zou worden toegerekend, Rom.4:16 zegt: “Daarom is het [alles] uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is.”

Het verband tussen genade, geloof en wet beschreef de apostel Paulus: “En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht niet; want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven.” Gal.2:16,19-21. De genadeverlening bij God volgt uit het werkzame geloof in Jezus. “maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke dat zij in God verricht zijn.” Joh.3:16, 21; “Want uit genade bent u behouden, door het geloof; en dat niet uit u, het is een gave van God, niet uit werken.” Ef.2:5-9. (hier bedoeld de werken der wet.) En geldt zowel voor Joden als de heidenen. Hd.15:11. Zij die Jezus geloven verdienen niet de genade maar; “worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade.” Rom.3:24. Geloof hebben in Jezus Christus, is een ontken­ning van eigen verdienste, daar zij ziet op Jezus genade. Zie Luk.17:10.

Gods genadegaven ontstaan niet uit willekeur, maar berusten op geloof hebben. Deze genadegaven zijn niet alleen de vergeving der zonden, maar ook al de middelen die God verstrekt tot de opbouw der gemeenten om hen het heil te doen bereiken dat in zijn voornemen besloten is.

Barmhartigheid van God komt voort uit zijn liefde en zijn rechtvaardigheid. Hij wil niet dat de mensen zouden verloren gaan. 2Pet.3:9; 1Tim.2:4. In het schenken van genade ziet God naar het gelovige hart dat God liefheeft en daarom verlangt naar vergeving der zonde. Daar Hij zelf de verzoening aanbiedt in zijn Zoon Jezus Christus. Bij de komst van Jezus Christus worden de OT profetieën vervuld. Jer.31:34; Jes.53:5; “Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden en hun zonden niet meer gedenken.” Dit werd mogelijk door de verzoening in Jezus Christus.  Door zijn Nieuw Verbond, verzoende Hij door zichzelf ons met God, en wordt onze schuld bij geloof ongedaan gemaakt door Jezus inwijding van het NV. Heb.8:10-13.

Johannes de Doper riep uit: “Het Woord is vlees geworden, …vol van genade en waarheid.

…uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, zelfs genade op genade, want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.” Joh.1:14-18; Col.2:10. Paulus in Tit.2:11-13 leert: “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden…” Petrus leert: “Weest nuchter, en vestigt uw hoop volkomen op de genade die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus.” 1Pet.1:13.

Jezus wijst naar de tollenaar als voorbeeld, die door een farizeeër aanzien werd als een zondaar, maar de tollenaar wilde zelfs zijn ogen niet opheffen en bad: “O God: wees mij zondaar gena­dig.” Luk.18:9-14. Vgl. Joh.9:35-41.

Uit de Heilige Schrift weten we dat God een genadige en rechtvaardige God is, die veelvul­dig vergeeft. Zie Jes.55:7. Iedereen die inziet dat men door God moet verzoend worden, zal zich berouwvol bekeren en God willen gehoorzamen. Hierdoor zal men vergeving bekomen en begenadigd worden door God. Zie Rom.5:15-21. In vers 15 en 17 heeft het woord genadegave de betekenis van vrije gave om niet. In vers 16 is het een ander woord en betekent het gewoon gave.

Genade

Genade bij God houdt veel meer in dan alleen vergeving van de zondeschuld; Hij is een God van alle genade. Op de Pinksterdag toen de Heilige Geest werd uitgestort over de apostelen zei Petrus tot de omstaanders: “Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.” De gave van de Heilige Geest is het onderpand van onze erfenis, tot de verlossing van de verkregen bezitting, tot lof van zijn heerlijkheid. Ef.1:13-14. (bezitting; = Gods volk. Hand.20:28; 2Kor.5:5. Want wie moest verlost worden?)

Als eerste geestesgave komt het geloof door het horen van het evangelie. Rom.10:17 En: “zoals God aan ieder een maat van geloof heeft toebedeeld.” Maar daar bovenop ontvangt men genadegaven die verscheiden zijn. Zie Rom.12:3, 6-8; 1Kor.12:4-11; 15:10-11. Zo is het apostelschap bvb. een genadegave. Gal.1:15. Wanneer Petrus schrijft: “Dient elkander een ieder naar de genadegave die men ontvangen heeft, als goede rentmeesters, over de velerlei genade Gods, ” 1Pet.4:10. Dan wil dit zeggen, dat men de van God ontvangen genadegaven wil meedelen aan anderen tot opbouw van Christus gemeente. Het is dus God die de genademiddelen uitdeelt aan de gelovigen, “naar de mate van het geloof toedeelt zoals Hij wil. Ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de een deze, de ander die.” 1Kor.7:7.

Ook Paulus in Ef.4:7-8 stelt: “Aan ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven naar de mate waarin Christus haar schenkt.” nm. Apostelen, profeten, leraars, om de heiligen op te bouwen, toe te rusten, tot opbouw van de gemeente. V. 11-16. Het is dan ook Gods Heilige Geest die dmv. Zijn Woord, ons doet weten wat ons door God in genade geschonken is. Zie 1Kor.2:12-16.

De genade Gods houdt de belofte in van deel te hebben aan het eeuwige leven. Rom.6:23.

De genade van God doorstroomt zo het leven van iedere gelovige en worden de vruchten van de Heilige Geest zichtbaar. Sinds men tot geloof kwam zal men op de duur bij zichzelf een verandering in houding ten opzichte van God merken, maar ook ten opzichte van alle mensen, wegens de inzichten die men heeft verkregen door het lezen van de Bijbel. 2Tim.3:16-17; Gal.5:22, 25.  Deze ontstaan door het geloof in het evangelie. Het evangelie leert hoe groot God is, wegens zijn barmhartigheid en genade. De Bijbel is daarom het woord der genade genoemd. Hd.14:3. In 20:24: “Om het evangelie van de genade Gods te betuigen…” En vers 32: “Ik draag u op aan God en aan het woord van zijn genade, die machtig is om op te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden.”

Het ontvangen van Christus woord, noemt Paulus een genadegift. 2Kor.1:15. Maar genade is niet alleen het goede ervaren.  De apostel Petrus schreef dat lijden ook genade inhoudt: “Omdat men met God rekening houdt, leed verdraagt, dat gij ten onrechte lijdt …maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is genade bij God.” Men aanvaard het lijden ziende op Jezus Christus; “Die voor onze zonden geleden heeft, opdat wij zouden in zijn voetstappen treden en voor de gerechtigheid zouden leven, ondanks dit lijden. zie 1Pet.2:19-24. De apostelen en vele anderen hebben dit ervaren. Paulus had een bepaalde kwaal, waarvoor hij driemaal gebeden had om genezing. Maar Christus woord luidde: “Mijn genade is u genoeg.” 1Kor.12:6-9.

In de brief aan de gemeente te Rome schreef Paulus: “Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking. Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.” Rom. 8:14-18. Dat wil zeggen, dat het lijden in deze tijd niet opweegt tegen de toekomende heerlijkheid bij God. De heerlijkheid bij God overtreft, doet in het niet zinken, het huidige lijden en de dood.

Paulus schreef aan de Korintieërs: “Zo moet ook gij, omdat gij naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting van de gemeente.” 1Kor.14:12. Broeders, zusters, laat ons dit dan doen met de genademiddelen waarover wij beschikken.
“Streeft naar de hoogste gaven, en ik wijs u een weg die nog veel verder omhoog voert.” 1Kor.12; 31. Die weg is toch streven naar de liefde zoals Jezus Christus ons getoond heeft en ook verwoord in 1Kor.13.

Broeders, zusters in Christus, luistert naar de stem van zijn genade, dat is Christus eeuwig blijvend evangelie. Zodat wij de genade niet tevergeefs ontvangen zouden. Want Hij zegt: “Ten tijde des welbehagens heb Ik u verhoord, en ten dage des heils ben Ik u ter hulp gekomen; zie, nu is het de tijd des welbehagens, zie nu is het de dag des heils.” 2Kor.6:2-3; Luk.4:19-22.

Broeders, zusters, Gods heil en zijn genade zijn nog steeds vrij toegankelijk voor ieder die  gelooft. Laat ons daarom volharden in het geloof. Petrus schreef: “Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.” 1Pet.5:10-11.

Blijf op de hoogte als we nieuwe artikelen posten.

Wij spammen niet! Lees onze privacy beleid voor meer info.

Scroll naar boven
Wij gebruiken cookies om u de best mogelijke ervaring op onze website te bieden.
Door deze site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.
Accept
Reject